LEZEN: Gen. 41:1-36
Hij riep een hongersnood over het land af, Hij liet het volledig aan brood ontbreken. Hij zond een man voor hen uit: Jozef werd als slaaf verkocht. Men drukte zijn voeten vast in de boeien, hijzelf kwam in de ijzers. Tot de tijd dat Zijn woord uitkwam, heeft de belofte van de HEERE hem gelouterd. De koning stuurde boden en liet hem vrij, de heerser van de volken liet hem los. – Ps. 105:17-20
Twee volle jaren later heeft ook de farao twee dromen. Hij ziet uit de Nijl koeien opkomen. Eerst zeven mooie, vette koeien, daarna zeven lelijke, magere koeien. Deze laatste zeven eten de eerste zeven op.
In de tweede droom ziet hij zeven dikke mooie korenaren in één halm, daarna zeven dunne verschroeide aren. En de dunne aren eten de dikke aren op. Farao schrikt van deze beelden. Hij wil de betekenis ervan weten. Maar niemand kan zijn dromen uitleggen.
Dan herinnert de schenker zich Jozef, die zijn droom in de gevangenis naar waarheid heeft uitgelegd. Jozef wordt opgehaald om de dromen uit te leggen en wordt geschoren en netjes gekleed.
Het is nu Gods tijd om Jozef uit de gevangenis te laten bevrijden (Ps. 105: 19). Eerst verklaart Jozef aan farao dat alleen God in staat is die dromen uit te leggen. Zo heeft hij het destijds ook aangegeven aan de schenker en de bakker. Het is ook alleen God, zo zegt Jozef, Die een antwoord kan geven dat goed is voor de farao. Jozef wil de farao niet naar de mond praten maar alleen doorgeven wat God zegt.
Nadat farao zijn dromen breeduit heeft verteld, komt Jozefs antwoord: de twee dromen gaan over dezelfde zaak. Het zijn er twee om duidelijk te maken dat de zaak bij God vaststaat en dat ze spoedig uitgevoerd worden (vs.32).
God laat aan Farao zien wat Hij gaat doen (vs.28). Na zeven jaren van overvloed zal er zo’n zware hongersnood komen, dat er van die overvloed niets overblijft. Jozef verbindt dan enkele wijze adviezen aan zijn uitleg. Deze moeten voorkomen dat men niet omkomt van de honger. Laat een wijs man dit alles regelen.
Wat zegt deze geschiedenis over geloofsvolharding ?
Zingen: Ps. 105:9
