LEZEN: Gen. 41:37-57
Hij stelde hem aan tot heer over zijn huis, tot heerser over al zijn bezit, om zijn vorsten zijn wil op te leggen en zijn oudsten wijsheid te leren. – Ps. 105:21,22
De wijze man die Jozef nodig vindt kan in de ogen van de farao alleen Jozef zelf zijn. Hij wordt aangesteld over heel het land Egypte. Ook wordt hem als teken van zijn hoge waardigheid een ring om zijn vinger geschoven. Farao laat hem prachtige kleren aantrekken en een gouden keten om zijn hals aanbrengen. Ook wordt hij rondgereden in de tweede wagen van Farao. De begeleiders lopen vooruit met de oproep: kniel.
Jozef wordt de tweede in het hele rijk, met veel macht. Zijn naam wordt Zafnath Paäneah, en zijn vouw wordt Asnath, een dochter van een heidense priester. Dat alles houdt in dat Jozef ook in een heidens milieu terecht is gekomen, waarin hij zich met zijn geloof in God staande moet houden. Daar zorgt de HEERE Zelf voor.
Jozef is dan dertig jaar oud. Hij pakt zijn taak serieus op en verkent heel het land in verband met zijn werkopdracht. Zo kan hij vaststellen waar de steden liggen en waar in de steden de opslagplaatsen moeten komen. Er blijkt inderdaad zo’n enorme overvloed aan koren te zijn, dat het niet eens geteld kon worden.
Nog vóór de hongersnood worden hem twee zonen geboren. Ze krijgen de namen Manasse („God heeft mij al mijn moeite en heel mijn familie doen vergeten”) en Efraïm („God heeft mij vruchtbaar doen worden in het land van mijn verdrukking”). Deze namen laten zien hoezeer Jozef in afhankelijkheid van en dankbaarheid aan de HEERE zijn leven in het goddeloze Egypte doorbrengt.
Als de zeven jaren van overvloed voorbij zijn, breekt in Egypte en de omringende landen de door de HEERE voorzegde hongersnood aan. Jozef opent dan de voorraadschuren voor de verkoop aan Egyptenaren en reizigers uit andere landen.
In dit alles blijkt Gods goedertierenheid en trouw.
Is Jozef type van Christus? Waarom?
Zingen: Ps. 105:10
