Onze binding aan de belijdenissen (2)

Functies van de zes belijdenissen
In onze algemene Geloofsbelijdenissen (de Apostolische Geloofsbelijdenis, de Geloofsbelijdenis van Nicea en Geloofsbelijdenis van Athanasius) en de Drie Formulieren van Eenheid — de Nederlandse Geloofsbelijdenis (NGB), de Heidelbergse Catechismus (HC) en de Dordtse Leerregels (DL) — hebben wij kerkelijk gezaghebbende normen. Deze belijdenissen vervullen diverse functies, die alle gegrond zijn in de Schrift.

Als samenvattingen van het Evangelie helpen zij bij het verheerlijken van de grote daden en eigenschappen van de Drie-enige God (vooral Apostolische Geloofsbelijdenis en de Geloofsbelijdenis van Nicea).
Zij getuigen van en verdedigen de waarheid van Gods Woord tegenover buitenstaanders (vooral NGB).
Zij verwerpen dwaalleer (vooral Geloofsbelijdenis van Athanasius, DL en NGB)).
Zij zijn waardevol in het onderricht van de kerk (vooral HC).
En zij dienen als norm voor eenheid in de waarheid — zowel binnen de plaatselijke ware kerk als onder de ware kerk van alle tijden en plaatsen.
Ook de eigenschappen van de ware kerk, die beschrijven wat de kerk is, worden ondersteund door de inhoud van de belijdenissen.

Zo wordt de eenheid van de kerk door alle belijdenissen onderbouwd, in het bijzonder door de Drie Formulieren van Eenheid.
Met betrekking tot de heiligheid van de kerk laten de belijdenissen de grenzen zien van de ware leer tegenover dwalingen.
De katholiciteit (algemeenheid) van de kerk komt uit door het feit dat de belijdenissen wereldwijd en door de geschiedenis heen worden gedeeld — vooral betreft dat de Apostolische Geloofsbelijdenis.
Ten slotte wordt de apostoliciteit van de kerk bevestigd, doordat de ware leer door deze belijdenissen wordt bevorderd, uitgelegd en verdedigd.

Samenvattend: de belijdenissen van de kerk dragen bij aan het begrijpen en verdedigen van haar eenheid, heiligheid, waarheid en trouw aan het apostolisch woord.
Voor het laten werken van deze functies, is het nodig dat de belijdenissen actief toegepast worden in het leven van de kerk en van haar leden.
Het is onvoldoende om hen slechts als historische documenten te zien— ze moeten werkzaam zijn. De kerk die gereformeerd is, moet voortdurend gereformeerd worden (ecclesia reformata semper reformanda).

Binding van leden bij openbare geloofsbelijdenis
Het Nederlandse vergeleken met  het Canadese (Book of Praise) Formulier.

Elk belijdend lid moet voor God en Zijn heilige kerk beloven dat hij of zij zich verbindt aan Gods Woord en aan de belijdenissen van de kerk. Alleen door deze binding mag men worden toegelaten tot het Heilig Avondmaal.

Het Nederlandse formulier voor (1978):

  1. Belijdt u dat de leer van het Oude en Nieuwe Testament, die in de Apostolische Geloofsbelijdenis is samengevat en hier in de christelijke kerk geleerd wordt, de ware en volkomen leer van de verlossing is?
  2. En belooft u bij de belijdenis van deze leer door Gods genade te blijven in leven en sterven?

Book of Praise (1984) (vertaald uit Engels door SdM):

  1. Ten eerste, gelooft u van harte de leer van het Woord van God, samengevat in de belijdenissen en hier geleerd in deze christelijke kerk?
  2. Belooft u, door Gods genade, in deze leer standvastig te blijven, in leven en sterven, en alle ketterijen en dwalingen die tegen Gods Woord ingaan, te verwerpen?

Er zijn drie verschillen tussen het Nederlandse en het Canadese formulier:

  1. Het Nederlandse formulier verwijst naar de Apostolische Geloofsbelijdenis en daarnaast indirect naar de andere belijdenissen met de uitdrukking “hier geleerd in deze christelijke kerk.”* Het Canadese formulier is directer en noemt expliciet “de belijdenissen.”**
  • Het Canadese formulier voegt een extra vereiste toe: “alle ketterijen en dwalingen die tegen Gods Woord ingaan, te verwerpen.” Dit benadrukt het belang van het verwerpen van alles wat tegen God Woord ingaat— een essentieel aspect van het ware, gereformeerde kerk-zijn en kerklid-zijn. In het Nederlandse formulier is deze verwerping slechts impliciet aanwezig door de verwijzing naar de gereformeerde leer.
  • Het Nederlandse formulier geeft een meer gedetailleerde beschrijving van de leer van het Oude en Nieuwe Testament als “de ware en volkomen leer van de verlossing”.

Om de verplichtingen die horen bij onze binding aan Gods Woord en de belijdenissen, te vervullen, is een verdiepend inzicht in beide nodig, naar ieders gegeven gaven. Deze kennis moet leiden tot een voortdurende toe-eigening van hun inhoud.

Onze binding moet ook leiden tot gehoorzaamheid — het toepassen van de leer in het dagelijks leven. Dit is belangrijk voor het voortdurende onderwijs in Gods Woord, de voortdurende beproeving van de geesten binnen en buiten de kerk, en het zelfonderzoek van gedrag, spreken en gedachten — leidend tot geloofsgroei tot eer van God.

Dit is de bedoeling van de tweede gelofte: standvastig te blijven in deze leer, in leven en sterven.

Binding van ouders bij de doop van hun kind
In het Nederlandse formulier  wordt aan de ouders gevraagd:

2.   Belijdt u, dat de leer van het oude en nieuwe testament, die in de Apostolische Geloofsbelijdenis is samengevat en hier in de christelijke kerk geleerd wordt, de ware en volkomen leer van de verlossing is?

  • Belooft u, dat u dit kind (deze kinderen, een ieder het zijne), waarvan u de vader (en de moeder) bent, bij het opgroeien in deze leer naar vermogen zult onderwijzen en laten onderwijzen?

In het Book of Praise:

  • Belijdt u dat de leer van het Oude en Nieuwe Testament, samengevat in de belijdenissen en hier geleerd in de christelijke kerk, de ware en volkomen leer van de verlossing is?
  • Belooft u, als vader  (moeder), uw kind in deze leer te onderwijzen zodra hij (zij) dit kan begrijpen, en hem (haar) daarin te laten onderwijzen naar vermogen?

Opnieuw is het Canadese formulier duidelijker over de binding aan alle belijdenissen**, terwijl het Nederlandse formulier hetzelfde aanduidt door de uitdrukking “hier geleerd in de christelijke kerk.”*

 

___________________________________________________________________________________________________________________________________

Voetnoten

* De Kerkorde (1978) vat dit als volgt samen in art. 60: “Tot het Avondmaal van de Here zal de kerkeraad alleen hen toelaten die belijdenis van het geloof naar de gereformeerde leer hebben gedaan en godvrezend leven …. Ook de Kerkorde in Book of Praise (1984), Article 61) stelt (vertaald in Nederlands, SdM): “Openbare geloofsbelijdenis van het Gereformeerde (!) geloof.” 

Dr. H. Bouwman, Gereformeerd Kerkrecht II, 1934, pag. 302:
“De Remonstranten maakten bezwaar tegen het woord ‘alhier’, omdat zij niet instemden met de Gereformeerde belijdenis, en wilden lezen: ‘en diensvolgens in de christelijke kerk geleerd wordt’. Deze verandering is in de uitgaven van 1590 en 1611 opgenomen.

Maar de Dordtsche synode heeft, naar het getuigenis van Trigland, het woordje alhier hersteld, en de tweede doopvraag geformuleerd, zooals deze nog bij ons in gebruik is.
De doopouders betuigen dus bij de doopsbediening steeds hunne instemming met de H. Schrift en met de belijdenis der kerk, zooals deze in de Gereformeerde kerk geleerd wordt.”
** Op de huidige Generale Synode Aldergrove van de CanRC, die vanaf 6 mei 2025 bijeenkomt, is een voorstel ingezonden om het woord “belijdenissen” in de formulieren te vervangen door “Apostolische Geloofsbelijdenis”.

Dit roept de vraag op: wordt de uitdrukking “hier geleerd in de christelijke kerk” nog steeds uitgelegd als instemming met alle belijdenissen van de kerk? Zo niet, dan zal de binding aan de belijdenissen onvolledig zijn wat gemakkelijk de deur kan openen voor tolerantie van allerlei ketterijen en dwalingen. Inmiddels is dit voorstel op de synode behandeld. Later in deze serie hoop ik daar op in te gaan.

                                                                                                                                                                                                     (wordt vervolgd)

Pdf maken (via Printen)