Onze binding aan de Belijdenissen (3)

Binding van ambtsdragers en hoogleraren/docenten
De binding aan de belijdenissen is van het grootste belang voor de kerk en haar leden. Deze binding, die van kracht wordt na het uitspreken van het “ja-woord” (instemming), heeft dezelfde waarde en betekenis als een eed, omdat deze wordt uitgesproken “voor God en Zijn heilige gemeente”, zoals de formulieren aangeven.
Ambtsdragers en hoogleraren/docenten in de theologie hebben, naast hun gelofte, de plicht een speciaal ondertekeningsformulier te ondertekenen waarin zij zich aan de belijdenissen verbinden, op straffe van schorsing.

De reden voor deze extra binding is dat zij een bijzondere verantwoordelijkheid dragen: de waarheid hooghouden, onderwijzen en verdedigen, en dwalingen bestrijden, weerleggen en helpen voorkomen. Zij zijn ook geroepen om leiding te geven aan de gemeente en een voorbeeld voor haar te zijn. Door het formulier te ondertekenen verklaren zij oprecht en met een goed geweten dat ze er hartelijk van overtuigd zijn dat de leer van de Drie Formulieren van Enigheid in alle delen geheel met Gods Woord overeenstemt.

Het formulier vereist dat de ondertekenaar:
– deze leer met toewijding onderwijst
– deze leer trouw verdedigt;
– geen bedenking tegen deze leer openlijk uiteenzet of verdedigt;
– elke dwaling die in strijd met tegen deze leer afwijst.

Van een docent wordt in art. 18 KO extra gevraagd dat hij de zuivere leer zal verdedigen tegen ketterijen en dwalingen.

Het niet naleven van deze verplichtingen betekent dat een ambtsdrager of hoogleraar/docent geschorst moet worden.

Bezwaar?
Is het mogelijk bezwaar te maken tegen een passage uit de belijdenissen?
Een bezwaar tegen een woord uit de Schrift is alleen geldig in geval van vertaalproblemen. Omdat de belijdenissen echter menselijke geschriften zijn, is het in principe mogelijk om bezwaar te maken tegen een tekst of zaak daarin. Zo’n bezwaar vereist een diepgaand beroep, een zogenaamd “gravamen”, dat zorgvuldig bestudeerd en beoordeeld moet worden door een synode.

Een bekend voorbeeld is het schrappen van een zin uit artikel 36 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis in 1905. Deze zin, die betrekking had op de taak van de overheid, staat nog steeds in kleine letters afgedrukt in het Gereformeerd kerkboek.

Dit voorbeeld laat zien dat er sprake kan zijn van theologoumena — leerstellingen of uitspraken in de belijdenissen die niet expliciet in de Schrift staan, maar daaruit voortvloeien als noodzakelijke gevolgtrekking. Over zulke uitspraken kunnen meningen verschillen.

Dr. R.C. Janssen (CanRC) noemt in zijn proefschrift By This Our Subscription (Theologische Universiteit Kampen, 2009) twee andere voorbeelden van theologoumena. Het eerste betreft de zin “Hij is nedergedaald ter helle” uit de Apostolische Geloofsbelijdenis. De uitleg in Zondag 16 van de Heidelbergse Catechismus geeft een betekenis die niet iedereen deelt—al wordt de inhoud als Schriftuurlijk beschouwd.

Het tweede voorbeeld is de uitspraak dat de vereniging van Christus’ goddelijke en menselijke natuur vergelijkbaar is met de vereniging van ziel en lichaam (Geloofsbelijdenis van Athanasius, artikel 35). Beide voorbeelden gaan over details die de Schriftuurlijke boodschap over Christus’ lijden of de vereniging van Zijn twee naturen niet aantasten.

Presbyteriaanse Kerken
Het onderwerp van actieve binding aan de belijdenis is met name van belang in relatie tot presbyteriaanse kerken zoals de Orthodox Presbyterian Church (OPC), de Presbyterian Church in America (PCA), de Presbyterian Church of Eastern Australia (PCEA), de Presbyterian Church of Korea (Kosin), de Free Church of Scotland en de Free Church of Scotland (Continuing). Deze kerken houden zich aan de Westminster Standards als hun belijdenissen.

Echter, hun ambtsdragers zijn niet gebonden aan de feitelijke tekst van deze belijdenissen, maar aan een zogeheten “system of doctrine”— een vaag en ongedefinieerd begrip. Bovendien zijn de leden van deze kerken niet gebonden aan hun eigen belijdenis of het genoemde “system”. Met andere woorden: deze kerken kennen geen binding aan de belijdenis van de kerk.

Tegelijkertijd bevatten de Westminster Standards leerstellingen die twijfelachtig of afwijkend zijn van de Schrift. Voorbeelden hiervan zijn:

  1. Het idee van twee verbonden: één met de uitverkorenen en een ander met gelovigen.
  2. Het onderscheid tussen een onzichtbare en een zichtbare kerk.

Als de onderscheiding zichtbaar / onzichtbaar zijn van de kerk niet wordt opgevat als verschillende aspecten van de ene ware kerk, kan deze leer gemakkelijk leiden tot pluriformiteit. Dit blijkt uit de kerkboeken van genoemde kerken, waarin verschillende “evangelische kerken” worden beschreven als takken van één boom—“meer of minder zuivere” kerken van Christus.

Een ander gevolg van deze pluriformiteit en het ontbreken van binding aan de belijdenis is de open (niet-gesloten) viering van het Heilig Avondmaal in presbyteriaanse kerken. Het Avondmaal wordt er niet afdoende bewaakt waarbij zelfs deelname wordt toegestaan aan niet-gereformeerde personen die dwalingen aanhangen. Voorbeelden zijn baptisten, arminianen en pinksterchristenen—mensen uit kerken zonder belijdenis, maar die toch welkom zijn aan de tafel van de Heere.*

Een actieve, levende binding
Een gereformeerde kerk behoort te leven in eenheid met God. En voor haar leden moeten leer en leven één zijn. Binding aan de belijdenissen is geen gebeurtenis uit het verleden die alleen vereist is voor het verkrijgen van lidmaatschap of ambt. Deze binding moet actief bijven door voortdurende studie van de Schrift en de belijdenissen. Dit houdt in: voortdurende vernieuwing en verdieping van kennis en toetsing van het eigen denken, om een levend en actief geloof te behouden.

Als leden moeten wij ons voortdurend bewust blijven van de eed die wij eens hebben afgelegd voor God en Zijn heilige kerk, en de verantwoordelijkheid die dat met zich meebrengt. De voortdurende prediking uit de Heidelbergse Catechismus is zeer waardevol, maar ook voortgaande studie van de andere belijdenissen mag niet worden verwaarloosd. Deze studie kan plaatsvinden binnen bijbelstudieverenigingen, maar vereist ook persoonlijke inzet.

We moeten niet vergeten dat we in onze geloofsstrijd voortdurend worden geconfronteerd met verleidingen en valse leer. Telkens opnieuw ontstaat er verval binnen de kerk, en is hernieuwde reformatie nodig. We moeten de geesten blijven toetsen of zij uit God zijn. Daarom zeggen we: De ware kerk van Christus, die teruggekeerd is naar de Schrift, moet telkens daar weer naar terugkeren: Ecclesia Reformata, Semper Reformanda.

____________________________________________________________________________________________________________________________________

* Zie voor mijn commentaar op de praktijk in de OPC m.b.t. de binding aan de belijdenis, de leer van de kerk en de toelating aan het Heilig Avondmaal: https://www.bouwen-en-bewaren.nl/?s=waarheid+grond+eenheid

Pdf maken (via Printen)