LEZEN: Gal. 5:13-18: … Want het vlees begeert tegen de Geest in, en de Geest tegen het vlees in … niet onder de wet.
De dankbaarheid om uit genade in Christus een vrij kind van God te mogen zijn, betekent zeker niet dat de wet geen rol meer speelt. De wet heeft wel degelijk een heel belangrijke functie maar wel heel anders dan in het leven van degene die nog onder de wet is en buiten de genade van Christus staat.
Bij de vrijheid van Christus en de gave van Zijn Geest is Gods wet geen weg om zalig te worden maar om dankbaar te zijn voor de verlossing die Christus geeft.
Die dankbaarheid wil Zijn Geest in ons uitwerken. Door Hem doen we de nieuwe mens aan. We moeten daarbij wel bedenken dat ook een gelovige niet vrij is van het vlees, de oude mens. Het blijft een strijd niet alleen als antithese met hen die onder de wet leven zoals Judaïsten, maar ook met het eigen zondige vlees dat nog in ons is overgebleven.
Die oude mens komt met zondige begeerten die tegen Gods goede wet ingaan waaraan wij maar al te gemakkelijk willen toegeven. Daardoor staan wij van nature de liefde tot God en de naaste tegen.
Maar Gode zij dank: het geloof in Christus maakt dat Hij Zijn Geest schenkt waardoor wij – ook al blijft het bevlekt met zonden – de Geest volgen en laten werken.
Het gaat hier niet om bijzaken. De Heere geeft immers het geloof met het doel dat wij door de Geest wandelen, met de wet als richtsnoer om Hem te behagen en onze naaste die Hij heeft geschapen lief te hebben.
We zijn toch kinderen van het licht! Onze uitingen van dankbaarheid zijn reden om blij te zijn: bewijs van ons geloof in Christus en van het inwonen van de Geest in ons.
Tegelijk brengt onze dankbaarheid strijd met zich mee. Maar zolang we leven uit de vergeving van onze zonden bij het bloed van Christus en bidden om de kracht van de Heilige Geest, is er rust in ons leven.
We kennen dan geen angst, want we zijn niet onder de wet (vs.18).
Hoe herkennen we de oude mens bij onszelf?
Zingen: Ps. 25:4,5
