Nu is het niet zo dat er over de gezangen niet gesproken werd tussen 1933 en 1975. Integendeel.
Assen
Op de ‘beruchte’ (i.v.m. de Vrijmaking) generale synode in Utrecht, 1943/1944 wordt gesproken over kritiek op de “Enige Gezangen”.
Na de Vrijmaking komt de zaak van de gezangen voor het eerst weer aan de orde op de generale synode te Assen, in 1961. Vanuit verschillende kerkenraden en een particuliere synode zijn in de kerkelijke weg vragen bij de synode ingebracht. Er zijn wat bezwaren tegen enkele gezangen en de grote vraag is: zijn de gezangen in 1933 wel voldoende getoetst op Schriftuurlijkheid? Ook is er een enkele vraag of het niet mogelijk zou zijn om de “Enige Gezangen” iets uit te breiden. De synode besluit deputaten te benoemen om een en ander te onderzoeken en rapport uit te brengen op de volgende synode.
Van synode naar synode
Op de generale synode te Rotterdam-Delfshaven, in 1964, wordt er opnieuw over gesproken. Er is nog niet zoveel nieuws te melden. Deputaten hebben hun opdracht niet geheel kunnen uitvoeren. De synode besluit nieuwe deputaten aan te stellen.
Op de synode van Amersfoort-West, 1967, is er door deputaten ook nog niet veel nieuws te melden. Ze hebben zelfs geen schriftelijk rapport ingebracht. Ja, het wordt wat eentonig maar ook Amersfoort benoemt nieuwe deputaten.
Opvallend in het hele proces is de betrokkenheid van de kerken. Op iedere synode zijn wel bezwaren tegen de gang van zaken, voorstellen voor wijziging van de opdracht en ook nieuwe wensen. Opmerkelijk is ook dat gaandeweg de wens sterker naar voren komt om het hele gereformeerde kerkboek taalkundig te herzien.
We gaan dan naar de GS te Hoogeveen in 1969. Daar is wel een deputatenrapport. Nieuwe deputaten krijgen de opdracht het al gedane werk voort te zetten.
Hattem
Tijdens de synode te Hattem, 1972, worden tenslotte enkele heel belangrijke besluiten genomen. Het hele gereformeerde kerkboek, dat zijn de psalmen en gezangen, belijdenisgeschriften, liturgie, formulieren enz. zullen taalkundig worden aangepast. Wat de gezangen betreft zal gekeken worden of en welke gezangen beter verwijderd kunnen worden en of er nieuwe kunnen worden toegevoegd.
Daarbij worden als maatstaven voor het werk aan de gezangen aangelegd:
- de gezangen dienen Schriftgetrouw te zijn en wat de berijming van Schriftgedeelten betreft ook tekstgetrouw;
- de gezangen dienen geschikt te zijn voor het zingen der gemeente in de eredienst; de gezangen dienen wat betreft het taalgebruik in overeenstemming te zijn met hedendaags Nederlands.
Ook worden aanvullende eisen opgesteld voor de manier waarop geselecteerd kan worden en in hoeverre al bestaande liederen gewijzigd mogen worden.
Een enorm werk dat door verschillende deputaatschappen voor verschillende delen van het kerkboek wordt opgepakt.
Proefbundel
De dan volgende synode, te Kampen, 1975, besteedt heel veel aandacht aan de vernieuwing van het kerkboek. Het is, om zo te zeggen, dé ‘kerkboeksynode’ geworden. Ook aan de gezangen worden vele dagdelen besteed. Voorstellen van deputaten worden getoetst, aangevuld, gewijzigd, verworpen …. Algemeen is men het er over eens dat het aantal gezangen beperkt moet blijven. De psalmen mogen zeker niet overschaduwd worden. En Schriftuurlijkheid blijft de belangrijkste norm. En er moeten niet teveel zogenaamde ‘vrije liederen’ toegevoegd worden.
Het levert, na heel veel vergaderwerk en studie, een serie van 36 gezangen op. Dertien meer dan de bundel “Enige Gezangen”. Veel langer bekende gezangen maar dus ook een aantal nieuwe.
Nieuwe deputaten krijgen opdracht om die gezangen samen met een herziening van de psalmen en het hele aangepaste kerkboek in een ‘proefbundel’ voor te leggen aan de kerken. Zodat de kerken alles, ook de gezangen, kunnen toetsen en in de praktijk kunnen uitproberen. Een goede, verstandige en heel belangrijke werkwijze.
Het ging om de bij de ouderen onder ons wel bekende Proefbundel 1975. In 1978 komt daarvan nog een aangepaste versie uit.
1984/1985
In de daarop volgende generale synoden, Groningen-Zuid 1978, Arnhem 1981 en Heemse 1984, krijgt de zaak van de gezangen steeds uitvoerig aandacht. Er blijft nog jaren aan gewerkt worden. Vanuit de kerken worden vele pagina’s met toetsresultaten ingebracht. Ze worden alle verwerkt.
Al dat werk, tien jaar lang, van Kampen tot Heemse, heeft geleid tot het gereformeerde kerkboek met de 41 gezangen die vanaf 1985 onder ons in gebruik is.
De perfecte bundel? Er is ook na 1985 nog wel weer discussie geweest over sommige van de 41 gezangen.
De kerk verscheurd, uiteengerukt? (Gezang 32: 3) Een vriend als Jezus? (Gezang 37: 1). Hoe zing je die gezangen? Wat voor beeld, wat voor idee krijgen we daarbij?
Wel kunnen we vaststellen dat de oude normen die de kerk door alle ‘gezangenwerk’ heen, van Dordt en van de Afscheiding, gehandhaafd zijn. Het ging om een beperkt aantal gezangen, beslist niet ten koste van de psalmen, Schriftgetrouw. Daar mogen we dankbaar voor zijn. Ja, daarin mogen en moeten we de hand van de Heere zien. God is getrouw!
In een laatste artikel willen we nog kijken naar de ontwikkelingen in de jaren negentig en een conclusie trekken: wat leert de geschiedenis ons over het zingen van gezangen in de eredienst?
(wordt vervolgd)
