LEZEN: Jes. 63:1-19: … waarom verhardt u ons hart? …
Na Gods verheerlijking van Sion wordt nu Zijn wraak over de vijanden beschreven. Dat gebeurt ook nu in zeer treffende beeldspraak. De Heere wordt afgebeeld als overwinnaar die het bloed van de vijanden nog aan zijn kleren heeft.
Deze vijanden worden hier Edom genoemd, de aartsvijand van Israël. Hij alleen heeft de vijanden van Sion overwonnen en terneergeslagen als uitoefening van Zijn recht en wraak vanwege hun misdaden. Niemand die Hem daarbij geholpen heeft.
Vers 1 stelt de vraag Wie is Hij? Het antwoord is: “Ik ben het Die spreek in gerechtigheid”. In Openb. 19:13-16 lezen we een soortgelijke weergave van de overwinning van Christus die overwint op een wit paard: “ En Hij was bekleed met een in bloed gedoopt bovenkleed, en Zijn naam luidt: Het Woord van God … En Hij treedt de wijnpersbak van de wijn van de grimmige toorn van de almachtige God … Er stond … deze Naam geschreven: Koning der koningen en Heere der heren”.
In Jes. 63 blijkt de overwinning op de vijanden van Israël een voorafschaduwing van het eindgericht.
Vanaf vers 7 volgt een indringend gebed om genade voor Israël. Het heeft betrekking op de situatie dat het volk in ballingschap is en de tempel wordt verwoest. De goedheid en ontferming van de HEERE jegens Zijn volk worden in herinnering gebracht.
Israël heeft daar steeds ondankbaar op gereageerd; ze zijn de HEERE ongehoorzaam geworden en hebben Zijn Heilige Geest bedroefd. Dat was het geval na de verlossing uit Egypte, de verlossing door de richters en alle volgende verlossingen. Steeds weer toonde God Zijn verlossende arm.
Jesaja beschrijft die verlossing levendig (vs.11v). Hij doet op de HEERE een appel om ook nu Zijn genade te tonen. Door hun harten weer week te maken, en hen weer te laten wandelen op Zijn wegen.
U bent toch onze Vader, onze Verlosser van oude tijden af is uw Naam? Het lijkt er nu op alsof U ons nooit verlost hebt en we niet naar uw Naam genoemd zijn (vs.19). Jesaja beseft dat bekering alleen door Gods genade mogelijk is en doet een beroep op Gods barmhartigheid.
Waardoor bedroeven wij de Heilige Geest?
Zingen: Ps. 80:8,10
