29 DECEMBER 2025 – ONZE MISDADEN

LEZEN: Jes. 64:1-12: Och dat de hemel zou openscheuren HEERE wees niet al te vertoornd … Zou u zwijgen en ons … neerdrukken?  

Als vervolg op hoofdstuk 63 smeekt Jesaja of de HEERE niet Zelf zou verschijnen in Zijn grootheid en grimmigheid om de vijanden te overrompelen met angstaanjagend natuurgeweld, zoals bijvoorbeeld bij Elia op de Karmel gebeurde (1 Kon. 18:38,39) of zoals bij de Wederkomst beschreven wordt (Luk. 23:30, Openb.6:16v). Dan zouden de tegenstanders weten dat U God de Almachtige bent en sidderend wegvluchten, zodat Uw volk gered wordt. Alleen U, o God, kan zoiets doen (vs.4).

Jesaja maakt in vers 5 onderscheid tussen heel het volk dat zondigt en Gods toorn verdient en een kleine groep, een rest, rechtvaardigen onder het volk die het van de Heere blijven verwachten en in Zijn wegen blijven gaan. De laatsten mogen rekenen op verlossing.

Maar Jesaja moet van het geheel zeggen dat het volk bevlekt is met zonden met alle gevolgen daarvan: “onze misdaden voeren ons weg als de wind” (vs.6). Niemand roept Gods naam aan en daarom laat u ons wegkwijnen. Als het geloof in de HEERE wordt opgegeven, dan laat de HEERE Zich ook niet meer vinden (vs.7).

Als  God met Zijn straf komt om Zijn volk tot inkeer te brengen en men zich niet tot Hem bekeert, kwijnt men weg in de greep van zijn ongerechtigheden, omdat God Zijn aangezicht verbergt.

Toch doet Jesaja nog een beroep op Gods barmhartigheid en trouw: maar U bent toch onze Vader (vs.8)! U vindt toch geen behagen in de dood van uw kinderen, ook niet van zondige kinderen (vgl. Ez. 33:11)? U heeft ons gemaakt met Uw eigen handen. HEERE, denk niet voor eeuwig in toorn aan onze zonden (vs.9). Zie toch dat wij allen Uw volk zijn.

Jesaja doet hier niet een smeekbede voor alleen de getrouwen maar voor het hele volk. Alles wat U toebehoorde en ons dierbaar was, ligt nu in puin; ook de tempel waarin U geprezen werd, is verbrand. Zou U Zich inhouden, zou u zwijgen, zodat wij ten onder gaan?

Zo pleit Jesaja indringend bij God als Vader van Zijn verbondskinderen op Zijn genade en vergevingsgezindheid.          

Is er een parallel met de nieuwtestamentische kerk?

Zingen: Ps. 130:1,2

Pdf maken (via Printen)