LEZEN: Joh. 17: 20-23: … Opdat zij één zijn, zoals Wij één zijn … opdat zij volmaakt één zijn en opdat de wereld erkent dat U Mij gezonden hebt en hen liefgehad hebt, zoals U Mij hebt liefgehad.
De oproep “opdat zij allen één zijn” wordt gebruikt om het kwaad van de kerkelijke verdeeldheid tegen te gaan. Zo klinkt dat bij oecumenische bewegingen en de nationale synode. Het probleem daar is het ontbreken aan binding aan de waarheid (vgl. vs.17).
Dezelfde oproep wordt gebruikt om pluriforme samenwerking te verdedigen, waarbij gereformeerde kerkgenootschappen echte eenheid omzeilen, terwijl de belijdenisgeschriften daar vanuit Gods Woord wel toe oproepen (art. 27,28 NGB, Apostolische geloofsbelijdenis, Nicea).
Voor wat voor soort eenheid bidt Jezus in Joh. 17? Hij bidt eerst voor de bewaring van Zijn kerk bij Zijn Woord. Dat verbindt Jezus in zijn gebed aan de Vader met de bede dat Zijn discipelen – met allen die het Evangelie aannemen (vs.20) – een eenheid zullen vertonen zoals Hij Die wil bewerken.
Die eenheid vloeit voort uit Gods bewaring van de kerk bij de waarheid. Die eenheid is niet een kwestie van elkaar herkennen om dan naast elkaar te blijven staan met misschien wat samenwerking op bepaalde gebieden.
Jezus Christus Zelf wil een diepe eenheid van ware gelovigen die vergelijkbaar is, ja, voortkomt uit de eenheid van Hem als gezonden Middelaar met God de Vader. Deze eenheid van Jezus met Zijn Vader is een volstrekte eenheid in liefde en gehoorzaamheid.
Als Jezus voor een “volmaakte” eenheid bidt (vs.23), moeten wij daar als gelovigen gevolg aan geven! Het begint dus met het bewaren van en gehoorzamen aan de waarheid en daarvanuit moet het – in onderwerping aan Jezus en de Vader – tot hartelijke eenheid komen als weerspiegeling van de eenheid tussen Jezus en de Vader.
Dat moet vorm krijgen binnen de gemeente als lichaam van Christus en binnen het kerkverband van meerdere gemeenten (Gal. 3:28; Ef. 4:4-4; 1 Kor. 12:12v, art. 28 NGB).
Dan is er geen plaats voor meerdere ware kerken in dezelfde streek of in hetzelfde land. Want Jezus Zelf geeft ons als onze Zaligmaker daarvoor Zijn heerlijkheid!
Wat betekent deze laatste zin (vs.23) voor ons?
Zingen: Gez. 32:2
