LEZEN: Joh. 17: 11-19: … Heilige Vader, bewaar hen die U Mij gegeven hebt in Uw Naam, opdat zij één zullen zijn zoals Wij … opdat zij ten volle Mijn blijdschap in zichzelf hebben. … en de wereld heeft hen gehaat, omdat zij niet van de wereld zijn, zoals Ik niet van de wereld ben … Heilig hen door Uw waarheid; Uw woord is de waarheid. Zoals U Mij in de wereld gezonden hebt, heb ook Ik hen … gezonden. …
De Heere Jezus spreekt verder tot Zijn Vader, dat Hij zeker weet: Ik ben niet langer in de wereld, Ik kom naar U. Maar de discipelen, bewaar hen toch in deze goddeloze wereld “in uw Naam”.
Dat wil zeggen: doe hen stand houden in het geloof in de openbaring van uw goddelijke woorden en werken van zaligheid en heerlijkheid, die Ik, Jezus, hen heb geleerd (vgl. vs. 6,8). Maak zo Vader, dat zij één in de waarheid van uw Woord blijven, zoals Wij één zijn.
Bij die eenheid staat het bewaren van de waarheid van Gods Woord centraal. Toch gaat die eenheid verder: het betreft een bestaanseenheid: ze zijn door het geloof met hart en ziel aan elkaar verbonden omdat ze verbonden zijn aan Christus en God de Vader (vs. 11, vgl. 10:11 en 17:21-23).
Jezus heeft hen steeds onderwezen over de Vader met woorden en wonderen en hen als een Herder bewaard tegen afval; alleen Judas gaat verloren omdat in zijn geval de Schrift moet worden vervuld (vs.12).
Nu Hij binnenkort afscheid neemt, bidt Hij: Ik ga naar U, maar zij blijven op aarde. Allereerst om daar in “Mijn blijdschap” te delen (vs.13). Dat is de vreugde over Zijn overwinning over zondemacht en doodsmacht, maar ook over het feit Hij naar Zijn Vader gaat om hen op aarde in de bewaring van de Vader achter te laten.
Jezus bidt Zijn Vader niet om hen uit de wereld weg te nemen, maar dat ze bewaard worden voor de listen van de satan, zoals dwaalleer, onderdrukking of verleiding. Ze zijn in de wereld, maar niet van de wereld.
Met Gods Woord kunnen ze heilig leven: afgezonderd van het kwaad en toegewijd aan de Heere, waarbij ze in de wereld getuigen van hun geloof (vs.18). Dan leven ze uit het zoenoffer van hun Heiland, Die hen daarvoor gekocht heeft (vgl. 1 Petr. 2:9).
Zijn wij ook in deze wereld “gezonden”?
Zingen: Gez. 32:1
