LEZEN: Joh. 18: 28-40: … om voor de waarheid te getuigen …
Jezus wordt naar Pilatus gebracht op de morgen van goede vrijdag. De Joden laten Pilatus weten dat hij Jezus moet veroordelen. Hun aanklacht is dat hij een misdadiger is. Maar Pilatus wil hen liever geen gunst bewijzen. “Neemt u Hem en oordeel Hem volgens uw wet.”
Maar de Joden dringen aan: “Het is ons niet geoorloofd iemand te doden.” Deze man noemt zichzelf koning en pleegt hoogverraad aan de keizer. Daaraan kan Pilatus niet voorbijgaan. Dit verdient de dood.
Wat een verschrikkelijk leugenachtige beschuldiging! Jezus heeft er juist op gewezen de keizer te eren en hem belasting te betalen.
Jezus wil geen aardse koning zijn maar een priester-koning, die gekomen is om Zijn volk zonder geweld te redden. Toch spreekt Jezus de aanklacht niet tegen. Hij aanvaardt alles als het lijden dat hij moet ondergaan, hoe grievend en onterend het ook is.
Pilatus ondervraagt Jezus in zijn paleis hierover en laat doorschemeren dat hij Jezus maar niets vindt als koning. Jezus antwoordt rustig en waardig met een wedervraag: “Zegt u dit uit uzelf of hebben anderen het u over Mij gezegd?”
Pilatus reageert ruw, maar duidelijk: hij neemt afstand van die Joden. Toch wil hij weten waarom ze Jezus dan wél hebben overgeleverd.
Jezus gaat niet op dat laatste in, maar keert terug naar de eerste vraag: “Mijn koninkrijk is niet van deze wereld”. Dat betekent: Ik ben een heel andere koning dan een aardse koning. Ik gebruik geen geweld en heb geen politieke doelen. Mijn koninkrijk is geestelijk, hemels. Deze woorden zijn voor Pilatus totaal vreemd.
Maar Jezus zegt: “Hiervoor ben Ik in de wereld gekomen: om voor de waarheid te getuigen.” Hij Zelf is die waarheid (13:7) en betreft het Evangelie van verzoening waardoor mensen God eeuwig mogen dienen en eren in Zijn Koninkrijk. Wel is wedergeboorte nodig, “uit de waarheid” zijn (vs.37 vgl. 1:13; 3:3) om naar Jezus’ woorden te kunnen luisteren en ze te aanvaarden (10:27).
Pilatus begrijpt het niet: “wat is waarheid”? Toch vindt Hij geen schuld in Jezus. Maar zijn voorstel om Jezus los te laten wordt door het opgehitste volk afgewezen.
Hoe staat het met ons getuigen van Jezus Christus?
Zingen: Gz. 14:3
