22 JANUARI 2026 – ONDERVRAGING EN VERLOOCHENING

LEZEN: Joh. 18:12-27: … En zij leidden Hem weg eerst naar Annas … De hogepriester dan ondervroeg … Waarom ondervraagt u Mij … Ik heb niets in het verborgene gesproken …. Waarom slaat u Mij dan? … Petrus dan ontkende het opnieuw. En meteen kraaide de haan. 

Jezus wordt gearresteerd en geboeid naar Annas gebracht. Annas is schoonvader van de dienstdoende hogepriester Kajafas. Hoewel hij niet de eigenlijke hogepriester is, is zijn invloed zo groot, dat hij in vers 19 toch “hogepriester” genoemd wordt (vgl. Hand. 4:6).

Annas doet de eerste ondervraging. Dat gebeurt waarschijnlijk in een deel van het hogepriesterlijk paleis, terwijl Kajafas in een ander deel werkt.

Deze eerste ondervraging gaat over Zijn onderwijs en Zijn discipelen. Maar Jezus verzet zich ertegen dat ze Hem daarover vragen omdat Hij toch altijd in het openbaar in de synagogen en de tempel de Joden heeft aangesproken.

Waarom wijst de Heere deze vragen af door te verwijzen naar al die mensen die Hem daar al gehoord hebben? Omdat dit geen eerlijke rechtszaak is maar een samenzwering tegen Hem.

Ze haten Hem en willen hem doden, vanwege Zijn invloed op het volk, dat is de enige grond voor hun actie. Dat hebben de overpriesters en Farizeeën in een vorige vergadering al besloten (11:47-50, vgl. vs.14). Er wordt nu nog geen enkele beschuldiging ingebracht. Moet Jezus zichzelf dan gaan beschuldigen?

Maar daar komt bij: Jezus weet dat de wil van Vader is dat Hij moet lijden en sterven om zo door Zijn offer de toorn van Zijn Vader te dragen. Hij is nu de beslissende fase ingegaan die moet leiden tot Zijn zoenoffer. Daarom wil Hij Zichzelf niet verdedigen (Jes. 53:7; Hand. 8:32). Jezus wordt nu geboeid naar het Sanhedrin met Kajafas gebracht en verder verhoord.

Simon Petrus, die Jezus gevolgd is, heeft Jezus al een keer verloochend (vs.15-18) toen Annas Jezus ondervroeg. De tweede verloochening noemt Johannes niet, maar wel de derde. Jezus heeft hem daarvoor gewaarschuwd met het teken van de haan. Petrus heeft zich toen heel sterk uitgesproken voor Jezus (13:36-38); wat is dit waard? Het betekent een ernstige verzwaring van Jezus’ bittere lijden.

Maken wij onze beloften aan de Heere waar?             

Zingen: Gez. 14:2

Pdf maken (via Printen)