LEZEN: 1 Kon. 19:19-20:21: … Elia ging op hem af en wierp zijn mantel naar hem toe … Hij verliet de runderen. … zij aten … Daarna stond hij op, volgde Elia en diende hem … Ik ga ze vandaag nog in uw hand geven … zodat hij Syrië een grote slag toebracht …
Elia krijgt bij de Horeb instructies van de HEERE om zijn ambtswerk voort te zetten. Daarbij hoort de zalving van Elisa tot profeet in zijn plaats (1 Kon. 19:16). Elia voert die opdracht direct uit. Hij ontmoet Elisa, die dan zo’n 25 jaar oud is en actief in het boerenbedrijf. Elia gooit Elisa zijn profetenmantel toe. Elisa begrijpt daaruit, dat hij het profetenwerk van Elia moet voortzetten.
Bijzonder dat Elisa er niet verder over nadenkt wat hij daarvoor moet opgeven en of hij daar wel geschikt voor is. Elisa aanvaardt direct de roeping als een goddelijke roeping. Dat zal de HEERE in hem gewerkt hebben.
We zien dezelfde werking van de HEERE bij Petrus en Andreas als zij door Jezus als eerste discipelen worden geroepen om Hem te volgen; ook zij reageren direct zonder bedenking en laten hun netten achter (Matt. 4:17-22).
Elisa moet voor zijn werk eerst nog grondig door Elia opgeleid worden. Zelf blijft Elia nog lange tijd daarvoor beschikbaar. Hij is dan ook als profeet actief, zelfs nog tijdens de regering van koning Joram, de zoon van Josafat (2 Kron. 21:12-15).
Maar voordat Elisa Elia volgt, neemt hij nog afscheid van zijn familie en zijn bedrijf. Daarvoor krijgt hij toestemming van Elia (19:20). Het wordt een groots afscheidsmaal. Het afscheid is definitief: hij zal zich nu volledig gaan wijden aan de dienst van de HEERE.
Het vervolg van het gelezen tekstgedeelte betreft de strijd tussen de Syrische koning Benhadad en Achab, de koning van Israël. In deze geschiedenis laat de HEERE zien Wie Hij is: de Almachtige, die trouw is aan Zijn woord. Hij doet Achab via een profeet Zijn goddelijke belofte van onverwachte bevrijding horen en voert dit ook uit.
Zo bevestigt de HEERE Zijn grootheid na het natuurgebeuren op de Karmel met de toegezegde overwinning in een oorlogssituatie. Wat een goddelijke bemoediging! Maar we lezen niets van enige erkenning bij Achab.
Bereiden wij ons voor op onze dienst aan de HEERE? Zingen: Ps. 25:2
