LEZEN: 1 Kon. 20:22-43. … uw leven in de plaats van zijn leven …
Benhadad beraadt zich met zijn dienaren over de oorzaak van zijn nederlaag. Hij wil nieuwe aanval doen. Hij ziet de HEERE als berggod, die minder effectief op het vlakke land is. Zo wordt er een groot leger samengesteld dat nu in de vlakten gaat strijden.
De profeet roept Achab opnieuw op om de strijd aan te gaan (vs 22) en zegt toe dat ook nu de HEERE voor de overwinning zal zorgen (vs.28). Hij noemt ook de bedoeling van de HEERE: “opdat u weet dat Ik de HEERE ben”.
Zo stellende twee legers zich tegenover elkaar op. Op de zevende dag komt het tot de strijd. Honderdduizend man voetvolk wordt die dag verslagen. De rest vlucht, waarbij nog eens 27.000 man wordt getroffen door een omvallende muur van de stad Afek.
Benhadad en zijn dienaren zien dat ze niet kunnen standhouden. Ze verzinnen een list: ze rouwen en smeken om niet gedood te worden. In ruil daarvoor worden enkele ingenomen steden vrijgegeven. Achab gaat hier in mee, noemt de heidense Benhadad zelfs zijn broeder en sluit een verbond met hem.
Dat Benhadad met heel zijn leger ter beschikking van God staat, wordt door Achab niet erkend. Ook niet dat God Benhadad en heel zijn leger in zijn hand heeft gegeven. Hij overlegt zelfs niet met Gods profeet die de instructie van de HEERE heeft overgebracht.
Achab doet net of hij zelf over het leven van Benhadad beschikt. De HEERE maakt dit nu aan hem duidelijk door de actie van de profeet die zich vermomt als een getroffen soldaat. Deze laat zich door een andere soldaat slaan en vertelt dan aan de koning die langs hem loopt een verzonnen verhaal, dat voor de koning een oordeel inhoudt.
Net zoals de soldaat op straffe van dood het bevel tot het bewaken van een krijgsgevangene overtreedt, en zijn straf niet zal ontlopen, zo zal koning Achab Gods straf niet ontlopen omdat hij Benhadad laat gaan. Zijn leven zal nu in de plaats van het leven van deze man komen.
Boos loopt Achab weg. De HEERE is hem onverdiend zeer terwille geweest. Maar Achab heeft de HEERE niet erkend, niet bedankt en niet geëerd. Zo maakt Achab zijn schuld aan de HEERE groter.
Beseffen wij hoe vaak de HEERE voor ons bezig is?
Zingen: Ps. 76:4
