1 JUNI 2026 – WELZALIG  

LEZEN:  Ps. 32:1-10: … Welzalig is hij van wie de overtreding vergeven, van wie de zonde bedekt is … zweeg … zal mijn overtredingen belijden … Ik onderwijs en leer u … zing vrolijk …

In deze Psalm klinkt onderwijs over het verbond van de HEERE met David en het volk. We horen van de verbondsomgang met de Heilige God, met inzien van eigen zonden en ellende, vergeving ervan en het leven in dankbare vreugde, waarbij God de Zijnen bewaart en beschermt bij gevaren. Ellende-verlossing- dankbaarheid.

De zonde die als ernstige overtreding en ongehoorzaamheid voor David aanleiding is tot het dichten van deze Psalm, wordt niet speciaal genoemd. Waarschijnlijk is het zijn zonde van overspel met Bathseba en het laten doden van Uria (2 Sam. 12;1 Kon. 15:5).

Toch gaat het in de Psalm om onderwijzing van alle gelovigen als zondaren voor de HEERE. Zo staat het in het opschrift.

Opvallend is dat David direct wijst op het diepe geluk, de welzaligheid, die deel wordt van ieder van wie de zonden door de HEERE worden vergeven en bedekt. Dat geluk is er juist omdat Christus voor alle zonden van de Zijnen heeft geboet. Zijn bloed bedekt onze zonden. Dat is voor ons veel duidelijker dan voor David.

Maar ook voor ons blijft nodig dat we onze zonden, of ze nu groot of klein zijn, oprecht belijden voor het aangezicht van de HEERE.

David heeft dit eerst niet gedaan. Pas als Nathan hem met een voorbeeld zover brengt, belijdt hij zijn zonde (2 Sam. 12:7,13).

Nu vertelt hij wat het zwijgen hem heeft gedaan (vs.3,4): hij ervoer ellende, lusteloosheid, slapte en voelde de zwaar neerdrukkende hand van de HEERE. Maar zodra hij zijn zonden beleed, wist hij dat de HEERE ze heeft weggedaan, Dan is er direct bevrijding en reden tot blijdschap.

Zo is dat voor elke gelovige die de HEERE zoekt om Hem zijn of haar zonden te belijden. Dan weet je je daarvan bevrijd en ervaar je dat de HEERE je tot schuilplaats en reden tot grote blijdschap is.

In het slot wijst David nogmaals op het belang om met je zonden de weg te gaan die de HEERE Zelf aanwijst.

Geef je die schuldbelijdenis steeds een plaats?    

Zingen: Ps. 32:1,11,14

Pdf maken (via Printen)