Wat is de taak van de vrouw? Hoe is zij dienend als aan de Heere?
Zoals eerder gesteld is ze primair gericht op man en gezin. Naar haar man toe zal ze aanvullend zijn, helpend en stimulerend. De man zal zijn vrouw in liefde moeten helpen haar rol te verstaan, maar ook de vrouw zal de man helpen zijn rol als hoofd goed in te vullen. Ook daartoe zijn ze aan elkaar gegeven. Dat betekent onderdanigheid aan, en onderschikking in wat naar Gods wil is. Dat vraagt in onze tijd wel veel zelfverloochening. Toch stelt de Heere dat de vrouw in die weg ook mensen voor Hem mag winnen. De vrouw zal daarbij niet op de voorgrond willen stellen, maar stil en zachtmoedig zijn; ingetogen, kuis tegenover de wereldse vrouw met opzichtige of uitdagende opsmuk.
Een hele mooie taak is voor haar weggelegd – als de HEERE dat geeft – om als moeder kinderen groot te brengen in de vreze van de Heere, met het nodige onderwijs, ook als hun voorbeeld. Uiteraard heeft de vader daar ook een belangrijke taak in. Maar moeder is van jongs af steeds bij haar kinderen. Zij is op bijzondere wijze aan hen verbonden. Een belangrijk aandachtspunt in onze tijd, waar tweeverdieners de trend zetten.
Concluderend: de twee-eenheid in het huwelijk, laat zich herkennen in de rollen die man en vrouw wederzijds hebben. Ze zijn op elkaar aangewezen en op elkaar afgestemd.
Juist met en door de verschillen, die de Heere hen lichamelijk en geestelijk heeft meegegeven. Voor die afstemming is wel steeds wijsheid van Boven nodig. Daar zal voor gebeden moeten worden.
De man zal van zijn kant zal nooit mogen vergeten zijn vrouw eer te geven, willen zijn gebeden niet verhinderd worden, 1 Petr. 3 vers 7. De vrouw zal van haar kant steeds voor ogen dienen houden welke grote taak zij juist heeft om door de Heere geschonken kinderen, groot te brengen in de vreze van zijn naam. En als die kinderen niet geschonken worden, zich op andere wijze in te zetten voor de opbouw van de kerk.
Gelijkwaardig of gelijk
Het is belangrijk nog even apart aandacht te geven voor het belangrijke verschil tussen gelijkwaardigheid en gelijkheidvan de posities. Vaak worden deze begrippen niet goed verstaan en door elkaar gebruikt.
Gelijkwaardig betekent dat man en vrouw gelijke waarde hebben voor God. Zijn beide schepsel en beeld van Hem en op Hem gericht. Na de zondeval zijn ze beide door de herschepping in Christus uit genade weer tot kinderen van God aangenomen. In Christus zijn ze daarom ook gelijk van waarde m.b.t. genade en erfenis. Voor hen zijn gelijke schatten bestemd van vergeving van zonde en eeuwig leven
Met Christus een einde aan overheersing
Na de zondeval heeft de man de vrouw overheerst. Als uiting van de vloek over de zonde. Gods vloek trof niet alleen de belangrijkste taken van man en vrouw, respectievelijk het werk op het land voor de man en het baren van kinderen voor de vrouw. Maar deze vloek werkte ook door in hun onderlinge verhouding.
Vaak overheerste de man de vrouw zodat zij als gelijkwaardige niet geëerd werd.
Met Christus is daar voor de gelovigen een einde aan gekomen. Zij worden door Hem weer terugverwezen naar het allereerste begin zoals het was voor de zondeval. Zo deed de Heere dat in Zijn onderwijs over de scheidbrief. Als vernieuwde mensen heerst de man niet langer over de vrouw; hij zendt haar niet weg, maar geeft haar dienend leiding. Met Christus als voorbeeld.
Er zijn twee Schriftgedeelten die deze gelijkwaardigheid uitdrukken ondanks bestaand verschil.
1 Kor.12: 4:
Er is verscheidenheid van genadegaven,
maar het is dezelfde Geest.
Er is verscheidenheid van bedieningen,
en het is dezelfde Heere.
Er is verscheidenheid van werkingen,
maar het is dezelfde God, Die alles in allen werkt.
Gal. 3: 26-28:
Want u bent allen kinderen van God
door het geloof in Christus Jezus.
Want u allen die in Christus gedoopt bent,
hebt zich met Christus bekleed.
Daarbij is het niet van belang dat men Jood is of Griek;
daarbij is het niet van belang dat men slaaf is of vrije;
daarbij is het niet van belang dat men man is of vrouw;
want allen bent u één in Christus Jezus
Bijzondere positie van de vrouw (1 Kor. 11)
Toch is deze gelijkwaardigheid niet hetzelfde als gelijkheid. Want man en vrouw zijn ongelijk geschapen, zoals 1 Kor.11 zegt: niet tegelijk: de vrouw is uit de man; en ook met verschil in positie: de vrouw is geschapen omwille van de man.
Om het samen te vatten: Man en vrouw zijn voor elkaar geschapen. Ze vullen elkaar aan, ze zijn elkaars complement. De vrouw is niets zonder de man, zij is uit de man genomen. De man is niets zonder de vrouw, hij heeft een moeder nodig.
De bijzondere positie van de vrouw: Ook de man is er door de vrouw, maar alle dingen zijn uit God. Alleen de vrouw is in staat kinderen voort te brengen, ook mannen.
Een erepositie! Dat zien we al bij Eva, de moeder van alle levenden.
Zo kon de zaligmaker alleen uit Maria als vrouw geboren worden.
Op unieke wijze werkt de vrouw zo mee aan de bouw van Christus’ kerk.
Laten we bij al deze instructies toch vooral zien dat man zijn en vrouw zijn een roeping is van Godswege. En laten we daarom naar 1 Kor. 7, ook bij die roeping waarmee door God Zelf ons geroepen heeft. Dat voorkomt ontevredenheid. Dat bevordert waardering, en eren van de ander, man en vrouw, als geroepenen van God.
(wordt vervolgd)
