LEZEN: 2 Kon. 14:23-29
Het Woord van de HEERE kwam tot Jona … – Jona 1:1
Jona treedt op als profeet onder de regering van Jerobeam II van het tienstammenrijk. Jerobeam is zoon van Joas en kleinzoon van Joahaz. Hij is een nakomeling van Jehu die het goddeloze huis van Achab en Izebel uitroeide.
Jerobeam regeert 41 jaar, de langste tijd van alle koningen van Israël. Zoals bij alle andere koningen van Israël (tienstammenrijk) dient ook Jerobeam II de HEERE niet met zijn hart.
Onder hem was er eerst een periode van armoede en ellende met invallen van de heidense volken als straf van de HEERE met het doel om koning en volk tot inkeer te brengen.
Vervolgens komt er verandering in de situatie: de koning herovert stukken grondgebied die tot Israël hebbenn behoord maar in de strijd verloren zijn gegaan. Het is juist de profeet Jona die dit vooraf aan Jerobeam namens de HEERE moest aankondigen (2 Kon. 14:25). Dat is toch een hard bewijs dat God het is Die omziet naar de ellende van Zijn volk en haar uit haar misère wil verlossen? Het is belangrijk dat Jerobeam zal beseffen dat alle rijkdom en welvaart, die dan volgt, het werk van de HEERE is.
Toch leidt dit niet tot een terugkeer naar de HEERE. Tijdens zijn zo lange regering stapelen de zonden van afgoderij en eigenwillige eredienst zich op. Jerobeam zet de verering van de gouden kalveren in Dan en Bethel voort, die Jerobeam I de zoon van Nebath had ingesteld.
Verder komt de nieuwe rijkdom ten goede aan de rijke elite terwijl armen en kwetsbaren onderdrukt en uitgebuit worden. Dit wordt later door de profeten Amos en Hosea aan de kaak gesteld.
De door Jona gebrachte boodschap van de HEERE met de daarop volgende vervulling heeft geen uitwerking ten goede laten zien bij koning en volk. Jona zal dit met veel verdriet ervaren hebben. Zou de dreiging van ballingschap (Deut. 28:63-65) nu werkelijkheid worden?
Uiteindelijk wordt zo’n twintig jaar na Jerobeams overlijden een begin gemaakt met de ballingschap van Israël naar Assyrië met Ninevé als hoofdstad.
Wat zijn in onze tijd bewijzen van Gods goedheid? Zingen: Ps. 33:4
