LEZEN: Jona 1:3: … weg van het aangezicht van de HEERE …
Jona reageert op Gods bevel door zonder overleg of aarzeling te vluchten richting Tarsis, weg uit de buurt van de HEERE. Hij vindt in Jafo een schip, betaalt de hoge vrachtprijs en vertrekt. Hij weigert niet alleen Gods opdracht maar wil aan God Zelf ontsnappen.
Ninevé ligt in het verre oosten, Tarsis in het verre westen. Onderschat Jona de HEERE? Hij kent toch de macht en alomtegenwoordigheid van de HEERE? Kent hij Psalm 139 van David niet? Wat is de reden voor Jona’s paniek? Is hij bang?
Nee, Jona kan zijn opdracht niet rijmen met zijn idee over Gods liefde voor Zijn eigen volk. Want God gaat nu Zijn eigen volk voorbij om een goddeloze stad tot bekering te roepen. Gods genade geldt toch alleen Israël? Maar tegelijk weet hij dat God niet alleen rechtvaardig maar ook barmhartig en lankmoedig is (zie zijn eigen woorden in 4: 2).
In het verleden is Gods oordeel ook wel afgekondigd over heidense volken, maar nooit vooraf rechtsreeks aan die volken zelf. Want dan is er de mogelijkheid van bekering! Jona zal ook overwogen hebben dat Israëls hardnekkigheid schril zal afsteken bij een eventuele bekering van het goddeloze Ninevé (vergelijk Matt. 12:42)! Brengt dat Gods voorzegde oordeel uit Deut. 28:15v over Zijn volk niet dichtbij? Maar dát wil Jona juist niet!
Wat Jona doet is als dienstknecht de aan hem gerichte opdracht van de allerhoogste Majesteit weigeren. Jona begaat hiermee als deserteur een ernstige zonde. Hij gaat bovendien weg van het aangezicht van de HEERE!
De HEERE gehoorzamen is iets anders is dan akkoord gaan als het past in je eigen denkbeeld. Dat laatste is wel herkenbaar, maar zondig. Snijden in eigen vlees als de HEERE dat vraagt, vinden ook wij moeilijk. Maar Hebr. 10:36-39 waarschuwt ons om niet nalatig te worden en te deserteren.
De Heere Jezus Christus is ook hierin de meerdere van Jona. Hij bidt voor hen, die Hem aan het kruis slaan! Hij is als Knecht des HEEREN volkomen trouw, zelfs als Hij vijanden van God met God moet verzoenen (Rom. 5:10). Wat een trouw en liefde toont Hij als Hij in die weg van volkomen gehoorzaamheid ons redt toen wij nog zondaars waren.
Welke toepassing heeft dit voor ons zelf?
Zingen: Ps.139:3,4
