28 SEPTEMBER 2026 – UW BLIJKEN VAN GOEDERTIERENHEID

LEZEN: Ps. 89:1-53: Ik zal de blijken van goedertierenheid … eeuwig bezingen … Heere, waar zijn uw … blijken van goedertierenheid?

Gods beloften slaan in deze Psalm met name op wat de profeet Nathan David meedeelde in 2 Sam. 7. David wilde voor de Heere een tempel bouwen. Maar zelf mocht hij dit niet doen, wel eén van zijn zonen. De Heere Zelf zal wel voor David een koningshuis bouwen, waaruit uiteindelijk de Messias zal voortkomen. Zijn troon zal eeuwig bestaan. 

God sloot toen een eeuwig verbond als onderdeel van het genadeverbond met Abraham. In dit verbond werden Gods genade, trouw en goedertierenheid zichtbaar (vs.4,20v,25). Dit  verbond hield ook in dat David rust kreeg van zijn vijanden. Hij werd machtig om te zorgen voor rust, vrede en voorspoed voor Gods volk.

Verder gaf de HEERE de garantie dat wanneer Davids nageslacht zou afwijken van de HEERE, Hij nóg Zijn belofte aan David zal houden. Deze belofte is vervuld bij de komst van Jezus Christus. Hij is de wortel en het geslacht van David. Hij zal voor eeuwig regeren en de naam boven alle naam krijgen. Hij is de Eerstgeborene van de doden en de Overste van de koningen van de  aarde.

Er is ook een verbondseis: Davids zonen zullen in de wegen van de HEERE moeten blijven wandelen (vgl. ook 1 Kon. 9). Als ze dat niet doen, volgt de straf van de HEERE (Vs.31-33). Toch blijft ook dan Gods belofte staan. Vers 36: Eens heb Ik gezworen bij Mijn heiligheid: Nooit zal Ik tegenover David liegen. Zijn nageslacht zal voor eeuwig blijven.

Op zeven plaatsen spreekt de Psalm van Gods goedertierenheid. Dat is de manier waarop God in Zijn verbond omgaat met Zijn verbondskinderen: Zijn liefdevolle betrokkenheid, die uitkomt in Zijn goedheid en goedgunstigheid; Zijn hartelijke liefde en  trouw; Zijn barmhartigheid en genade.

De dichter wijst ook op de ernstige verbondsafval in zijn tijd. Dat geldt hier het einde van Salomo’s regering en Rehabeams regering. Dat verdient Gods straf. Toch blijft God trouw (vs.34-38). Op die trouw beroept de dichter zich in tijden van Gods grimmigheid (vs.39-52).

Hij eindigt met een oproep om God eeuwig te loven vanwege Zijn goedertierenheid en trouw, die vast en zeker zijn: Amen, ja Amen.

Bidden wij ook: hoelang nog HEERE?                   

Zingen: Ps. 89:1,16,17

Pdf maken (via Printen)