LEZEN: Ps. 90:1-17: … dagen tellen, dat wij een wijs hart verkrijgen …
Er staan in de Bijbel meerdere liederen van Mozes. We kennen zijn juichend lied na de bevrijding door de Rode Zee (Ex. 3) en het waarschuwende lied vlak voor zijn sterven (Deut. 32). Ook deze Psalm is van zijn hand.
Eerst wijst Mozes in zijn gebed erop dat de HEERE voor Zijn volk steeds een toevlucht is geweest. Hij, de eeuwige God en almachtige Schepper, is de Enige waarbij je veilig en geborgen mag weten. Vergeleken met Hem is de mens een nietig schepsel.
Mozes benadrukt de vergankelijkheid van de mens, die wel geschapen was om beeld van God te zijn maar Godonterende opstandigheid toont. Vanaf de zondeval zijn er openlijke en verborgen zonden en is de dood in het leven van de mens gekomen. Mozes is juist in de woestijnreis extra bepaald bij de broosheid en tijdelijkheid van het mensenleven, juist bij leden van Gods volk. Meer dan een half miljoen van hen is omgekomen in de woestijn als straf voor hun opstandig optreden (zie Num. 14:22,23).
Ook zijn zuster Mirjam en broer Aäron heeft hij zien sterven. Ook hem wacht zijn levenseinde voordat het volk het land Kanaän mag binnengaan, vanwege ongehoorzaam gedrag (Num. 20).
Die straf is als uiting van Gods verbolgenheid (Vs.9,11) door Mozes gelaten maar ook gelovig aanvaard. De HEERE heeft hem inzicht gegeven om te zien dat voor elk mens zelfs elke dag van het leven op aarde bedoeld is om Hem als Schepper en Verlosser te dienen, eren en gehoorzamen. Dat is het doel van elk mensenleven: leven in de vreze van de HEERE als beginsel van ware wijsheid (Ps.111:10), waarbij men oog heeft voor Gods heiligheid.
Toch kan daaraan alleen voldaan worden door bijstand van de HEERE Zelf. Daarom bidt Mozes (vs.12): ‘Leer ons zó onze dagen tellen dat wij een wijs hart verkrijgen’. Daarbij smeekt hij om Gods erbarmen: ‘Keer terug, HEERE’ (vs.13). Hij doet een beroep op Gods verbondstrouw en -liefde: ‘Verzadig ons in de morgen met Uw goedertierenheid’.
Dan is er alle reden voor blijdschap tijdens al onze levensdagen (vs.14), zodat de kwade dagen vergeten kunnen worden en God het goede in ons uitwerkt (vs.15-17).
Moet je ook in je jeugd je dagen tellen?
Zingen: Ps. 90:1,6,8
