Aanhef
De aanhef van ons gebed laat zien hoe we God in de hemel kennen. Daarbij moeten we bedenken dat Hij ons in Zijn Woord laat weten met welke naam Hij wil worden aangeroepen. Dat is in het Oude Testament, HEERE (Jahwe, Ik ben Die Ik ben); HEERE, God van Israël; HEERE, God van Abraham; of HEERE Heere (Adonai, Heere der heren, grote God). Daarin komt mee God erkent wordt als de trouwe Verbondsgod (Jahwe) die de grote Koning is (Adonai). De Heere Jezus heeft ons geleerd God aan te spreken met “Onze Vader Die in de hemel is” (Matt. 6:9). Daarin komt uit dat we door onze Heere Jezus Christus kinderen van God mogen zijn. Onze Vader is dan een vertrouwelijke naam waarmee we onze afhankelijkheid van en ons vertrouwen op Hem uitdrukken. De toevoeging “Die in de hemel is” maakt dat we Zijn almacht, grootheid en heiligheid erkennen.
Om ook in onze zelf geformuleerde gebeden de aanhef “Onze Vader Die in de hemel is” of “Onze Vader” te gebruiken is goed. Maar dat mag wel afgewisseld worden met een andere aanhef zoals bijvoordeeld “Almachtige God, Schepper van hemel en aarde” of “Goedertieren Vader”, “Vader van alle barmhartigheden of “God van alle vertroosting” (2 Kor. 1:3). Enige afwisseling voorkomt automatisme en sleur. Het komt er in alle gevallen op aan dat we beseffen hoe we de Heere aanspreken en dat we dat met alle eerbied en ontzag doen.
Vorm
Hoe geven we ons gebed vorm zodat het geen gebed uit sleur wordt, maar een echt en hartelijk verbondsgesprek? De discipelen van de Heere Jezus vroegen Hem om hen dit te leren. Zij hadden daar behoefte aan. Toen droeg de Heere Jezus hen het “Onze Vader” op: “Bidt dan zó.” Het “Onze Vader” is niet bedoeld als gebed dat bij ons bidden steeds maar weer letterlijk nagesproken wordt maar wijst ons op de zaken die een plaats moeten hebben in onze eigen gebeden.
Het onze Vader is een modelsamenvatting voor ons dagelijks gebed. Daarin worden de kernzaken aangeduid, als zaken waar het echt in dit leven om gaat. De Heere Jezus geeft daarin alles heel compact aan en tegelijk noemt hij heel het spectrum aan zaken die voor ons leven met en voor God van belang zijn. Dit modelgebed gaf de Heere Zijn discipelen en ons voor dagelijks gebruik. Hierin toont Hij zich als onze Leidsman Die weet wat wij nodig hebben voor ons geloofsleven. Persoonlijk en als kerk-gemeenschap. Tot ons heil. En tot eer van God.
Onze Vader
De al eerder genoemde verbondszaken komen allemaal voor in het Onze Vader. Zo vragen we in de eerste bede Gods hulp om Zijn naam te heiligen. Die bede is in de eerste plaats nodig om in deze wereld Zijn beeld te kunnen zijn. Dat beeld zijn van God houdt in dat we Hem vertegenwoordigen op aarde: dat we Zijn opdracht uitvoeren in Zijn schepping en Hem weerspiegelen in ons doen en laten. Dat is nodig voor heel ons denken, spreken en gedrag. Zonder Zijn hulp zijn we daartoe niet in staat.
Als God zegt “wees heilig want Ik ben heilig” (1 Petr. 1:16) is dat een opdracht die we zonder Gods hulp niet kunnen uitvoeren. We worden al direct bij het aanroepen van God Die in de hemel is en de nodige heiliging van Zijn naam, geconfronteerd met onze eigen onheiligheid en zondigheid, die niet kunnen bestaan voor de heilige God en daarom vergeving vereisen en bekering. Tegelijk worden we geconfronteerd met de vijandschap van de wereld waarin we leven, waardoor we ons hebben te heiligen door onze afzondering in dienst aan de Heere. Dat alles vraagt een gebed om de hulp van God de Vader en de werking van de Heilige Geest.
Gods Koninkrijk
Wat wordt bedoeld met de bede om de komst van Gods Koninkrijk? Allereerst bidden we daar om Gods hulp voor onze onderwerping aan Hem als de Koning, en aan zijn Heilig Woord. Waarbij we de Heere Jezus willen volgen als het enige Hoofd van de kerk. We moeten ons daarbij dagelijks afvragen welk werk we doen voor de dienst aan Christus’ kerkvergadering. Bidden voor de komst van Gods koninkrijk, zonder ons zelf in actieve dienst in Zijn rijk geroepen te weten, heeft geen betekenis.
Dat wil niet zeggen dat invaliden of ouderen onder ons hierin geen actieve taak hebben. Ook onze concrete voorbeden voor predikanten, ambtsdragers en de Opleiding tot de Dienst des Woords, en de voorbeden voor het kerkverband, en de ene wereldwijde katholieke kerk van Christus, vallen hieronder. Ook valt hieronder de bede en voorbede om trouw aan de Koning van de kerk te blijven door Zijn Woord te bewaren en dwalingen tegen te gaan.
Belangrijk is ook onze voorbede voor de gemeenschap der heiligen met betrekking tot de concrete noden en of blijde zaken bij andere leden. Niet vergeten mag worden ons aanhoudend gebed voor de ouders in de gemeente om hun kinderen te kunnen opvoeden in de vreze van Gods naam. Ons gebed zal ook zijn om een zegen te vragen over het bestaande gereformeerde onderwijs en te voorzien in uitbreiding ervan.
Een ander aspect is het inroepen van Gods hulp voor het verspreiden van het Evangelie door ons eigen spreken over onze Verlosser en door onze eigen heilige levenswandel. Om zo tot een lichtend licht te zijn voor onze omgeving.
De bede om de komst van Gods rijk zal een bede zijn om Gods onmisbare hulp in onze dagelijkse strijd van het geloof en in de strijd van de kerk. Opdat Hij de werken van de duivel zal verbreken. Ook zullen we daarbij ons verlangen uitspreken naar de dag dat Gods Koninkrijk voltooid en volmaakt zal zijn, op de dag van de Wederkomst van onze Heere Jezus Christus. Laten we niet vergeten hier steeds voor te bidden (vgl. Openb. 22:17).
Zorgen
Juist bij deze bede om de komst van Gods Koninkrijk kunnen er welgemeende zorgen zijn over de positie van de kerk in de wereld en over ontwikkelingen binnen de kerk zelf. De Heere verwacht van ons dat we die zorgen aan Hem voorleggen. De apostel Petrus schrijft in 1 Petr. 5:7: “Werp al uw zorgen op Hem, want Hij zorgt voor u”. Dat is tot grote troost, maar betekent ook dat we dit moeten doen. Ten eerste omdat we God daarin erkennen als de Degene Die alles regeert en als een Vader voor ons zorgt. En ten tweede omdat we zelf die zorgen niet kunnen overwinnen zonder Zijn hulp vanwege onze zwakke en zondige natuur.
Ook de apostel Paulus spreekt in Fil 4:4-7 speciaal over het omgaan met zorgenzodat deze onze blijdschap in de Heere niet belemmeren.
“Verblijd u altijd in de Heere; ik zeg het opnieuw: Verblijd u. … De Heere is nabij. Wees in geen ding bezorgd, maar laat uw verlangens in alles, door bidden en smeken, met dankzegging bekend worden bij God; en de vrede van God, die alle begrip te boven gaat, zal uw harten en uw gedachten bewaken in Christus Jezus.”
Dat betekent dat we ons niet door overbezorgdheid moeten laten beheersen. Dan doen we tekort aan onze Vader in de hemel, en zal dat een belemmering zijn om de blijdschap in Hem te blijven ervaren en van Hem de vrede en rust in ons hart te ontvangen. Hij heeft ons toch bekend gemaakt dat Hij alles doet meewerken ten goede voor hen die Hem liefhebben, wat er ook gebeurt (Rom. 8:28)? Paulus wijst Fil. 4:6 ook op de wijze waarop we de Heere al onze zorgen en wensen bekend moeten maken: met dankzegging! Omdat we ervan mogen uitgaan dat God naar ons luistert en voor de uitkomst zal zorgen.
(wordt vervolgd)
