LEZEN: 2 Petr. 1:12-15: Daarom zal ik niet nalaten u altijd aan deze dingen te herinneren, hoewel u ze weet en in de waarheid, die bij u is, versterkt bent. En ik acht het juist, zolang ik in deze tent ben, u op te wekken door de herinnering hieraan, … dat u na mijn heengaan deze dingen in gedachten blijft houden.
Petrus schrijft hier heel persoonlijk en betrokken over de noodzaak van zijn brief. Het heeft alles te maken met de ernst van de zaak dat de gemeente wordt belaagd door dwaalleeraars en spotters. En daarnaast is er zijn naderend levenseinde.
Petrus ziet het zijn taak om de gemeente wakker te houden, zodat ze het heerlijke en kostbare van het evangelie nooit vergeten, en ook in het oog houden dat hun christelijke levenswandel daarbij past.
Hij doet een beroep op de aanwezige kennis van de waarheid. Er is wel groei in hun geloofsvertrouwen, toch blijft het nodig hen te sterken in hun geloof en geloofsleven. Daarvoor hoeft Petrus niet met nieuwe zaken aan te komen. Hij wil de gemeente herinneren aan de inhoud van het evangelie, de rijkdom ervan, de zekerheid ervan, en de werkzame kracht ervan.
Petrus wil voorkomen dat de gemeente bij Christus’ verschijning slapend wordt aangetroffen. Ze moeten wakker blijven om niet prooi te worden van de satan. Petrus wil dan ook dat zijn opwekking en onderwijzing blijft doorwerken zelfs als hij door de Heere wordt ontslagen van zijn taak op aarde. Speciaal wijst hij erop dat zijn tijdelijk verblijf op aarde spoedig een einde zal nemen.
Heeft Petrus daar al concrete aanwijzingen voor? Hij zegt dat Christus hem dat duidelijk heeft gemaakt (vs.14). Dat wil ook zeggen dat Jezus’ woorden van Joh. 13:36 en 21:18,19 tot vervulling zullen komen. Het betekent voor Petrus martelaarschap, dat tot zijn dood zal leiden.
Wat Petrus aan de gemeente doorgeeft, blijft als Woord van God voor alle komende geslachten beschikbaar. Ook wij worden door zijn apostelwoord vertroost, opgewekt en gewaarschuwd!
Ben je je bewust van de invloed van spotters?
Zingen: Ps. 119:6,66
