We kijken nog wat beter naar de in onze kerken nu geldende regeling voor contacten met buitenlandse kerken. De hele regeling kunt u vinden in de Acta van de gezamenlijke synode van Groningen/Kornhorn, gezamenlijk deel, voorstellen, op de pagina’s 64-70.[i] Daar staan de voorstellen die gediend hebben op de synode. Die voorstellen zijn aangenomen op 5 oktober 2024, pag.70.
Verschillen?
De verschillen tussen de drie vormen van relaties (vriendschapsrelatie, correspondentierelatie en zusterkerkrelatie) zijn veel minder groot dan in de regeling die in gebruik was in DGK (Zie vorige artikelen).
Zo geldt voor de correspondentierelatie, voorheen een periode van elkaar nader leren kennen en onderzoeken, dat al op een of andere manier vaststaat dat het gaat om tróuwe kerken van Christus. Voorheen gold dat allen voor een zusterkerkrelatie. Nu is het belangrijkste verschil met een zusterkerkrelatie alleen nog dat het onderling toezicht minder intensief is.
“Dit is een minder vergaande relatie dan zusterkerk. De betreffende kerken zijn te kennen als trouwe kerken van Christus, maar het wederzijdse toezicht is veel minder intens. Dit soort contact kan zinvol zijn op weg naar een zusterkerkrelatie, maar is ook van toepassing in situaties waarbij omstandigheden, bijvoorbeeld taalverschillen, een volledige zusterkerkrelatie belemmeren.” (Acta pag. 69).
In feite dus zusterkerken maar we kunnen bijv. moeilijker elkaars synodale vergaderingen bezoeken.
Attestaties en woordbediening
Voor attestaties en het voorgaan in erediensten geldt nu: “Over het aanvaarden van attestaties van deze kerken, en aanvaarden van hun erkende voorgangers in de bediening van Woord en sacramenten, beslist de plaatselijke kerk. Deputaten BBK zijn bereid hierin te adviseren. Uitgangspunt is dat wij hun pastorale zorg en tucht respecteren.”
Dat is merkwaardig en zorgelijk. Waar de gereformeerde kerkorde er van uit gaat dat relaties met kerken in het buitenland gezamenlijk geregeld worden door het kerkverband, wordt het aanvaarden of weigeren van attestaties (van tróuwe kerken , zo geldt voor de correspondentierelatie) nu overgelaten aan de plaatselijke gemeenten.
En dan het uitgangspunt: respecteren van elkaars pastorale zorg en tucht. Geen afspraak of regel maar uitgangspunt. Wat wordt daar precies mee bedoeld? Als iemand in eigen kerk lid is in volle rechten en niet onder tucht staat, wordt die broeder of zuster aan het avondmaal of als lid aanvaard? Maar dat hóeft niet, een plaatselijke kerkenraad kan daar ook een eigen besluit in nemen.
We menen dat het verschil met een zusterkerkrelatie er in principe niet meer is (trouwe kerk) en dat het kerkverband en art. 47 KO minder belangrijk zijn geworden.
Vriendschapsrelatie
Ook de vriendschapsrelatie roept vragen op. Kerkgenootschappen met wie ons kerkverband een vriendschapsrelatie heeft, hebben een onduidelijke status. Ze zijn nog niet erkend als trouwe of ware kerken van Christus omdat er nog geen sprake is van een officiële relatie. Er is wel sprake van indirecte of persóónlijke(!) contacten.
Wat de vriendschapsrelaties betreft, staat er bewust niet bij dat deze kerken door ons erkend worden als trouwe kerken van Christus, wat bij de andere twee categorieën wel genoemd wordt. Terwijl het tegelijk wel eerlijk is om ze te noemen, omdat je met die kerken via de ICRC wel contact hebt. “ (Toelichting deputaten, acta pag. 13).
Geen wederzijdse erkenning als ware kerken van Christus maar wel elkaars attestaties kunnen aanvaarden? Wat wordt dan bedoeld met ‘trouwe kerk’?
Belangrijk is ook dat alle leden van de ICRC ‘automatisch’ vallen onder de vriendschapsrelaties. En dat dus alle attestaties van die kerkgenootschappen aanvaard kunnen worden. Het denominationalisme, het fundament onder de ICRC, lijkt nu ook bepalend voor de verschillende vormen van kerkelijke relaties. Een geloofseenheid los van de kerk. In strijd met Schrift en belijdenis.
De verschillen tussen de drie relaties lijken dan ook niet principieel; te zijn maar vooral praktisch van aard. We zien nu drie soorten relaties: met ware kerken (zusterkerkrelaties), met trouwe kerken (wat dat ook mag zijn) en met kerken waarmee we vooral contact hebben via de ICRC. Toen de GKN en DGK één werden is de synode uit gegaan van de bestaande praktijken in beide kerken. Maar zijn die praktijken getoetst?
Trouwe kerk
We komen nog even terug op dat begrip ‘trouwe kerk’. Wat is dat nu precies? Is dt iets anders dan ware kerk? In onze belijdenis spreken we over ‘ware’, dat is wettige kerken. Wettig, in de zin van zich geroepen weten om als kerk van Christus in alles te leven naar Zijn Woord. Dat wordt zichtbaar in de kenmerken van de ware kerk, zoals door ons beleden in art. 29 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis.
Dat is duidelijk. Dat is de Bijbelse norm.
In de nieuwe regeling wordt het begrip ‘ware kerk’ alleen gebruikt voor zusterkerkrelaties. Correspondentierelaties zijn vrijwel het zelfde maar krijgen de aanduiding ‘trouw’. Zonder dat dit begrip ‘trouw’ wordt uitgelegd. Voor kerken met een vriendschapsrelatie wordt bewust niet gesproken over erkenning als ‘trouwe’ kerken. Maar we hebben wel contact, via de ICRC, en attestaties van leden van die kerken kunnen worden aanvaard. Op grond waarvan?
Onderzoek naar elkaar
In de regeling die voorheen gold in de GKv en DGK was de fase van kerkelijke correspondentie belangrijk. Die was bedoeld om elkaar te bevragen en wederzijds onderzoek te doen naar trouw aan de Schrift, niet alleen in de belijdenissen van de kerken maar ook in leer en leven. In de nieuwe regeling vinden we dat niet terug. Er wordt geen norm aangegeven waarop we elkaar wederzijds kunnen bevragen.
We komen terug op wat we ons in het eerste artikel in deze serie afvroegen: is het voldoende als een kerkgenootschap de NGB en/of de Westminster Confessie als belijdenis heeft en bezwaar heeft tegen de vrouw in het ambt? Misschien ook niet mee wil in het toelaten van stellen van het zelfde geslacht aan het avondmaal? Is dat het? En misschien het lid zijn van de ICRC?
Een voorbeeld van moeite die kan ontstaan: de Free Church of Scotland (Continuing, FCSc) zijn lid van de ICRC. van hun leden kunnen dus de attestaties aanvaard worden. Maar het Reformatorisch Dagblad berichtte (12-02-2026) dat die Schotse kerken ook een verzoek hebben gedaan aan de Gereformeerde Gemeenten om te komen tot een zusterkerkrelatie. Terwijl we de Gereformeerde Gemeenten, hoe sympathiek ze ons ook kunnen zijn, niet voldoen aan de norm van volkomen trouw aan de Schrift. Spreken we de FCSc daarop aan?
Katholiciteit
De laatste jaren wordt er veel geschermd met de term ‘katholiciteit’. We belijden één algemene katholieke kerk. Katholiek wil zeggen één geheel. Eén in geloof, één in de waarheid. Naar Johannes 17. Naar art. 29 NGB. Gewoon gereformeerd. Het lijkt er op dat ook in onze kerken dat begrip ‘katholiciteit’, net als o.a. in de voormalige GKv, een andere inhoud, een andere betekenis heeft gekregen. Veel breder. Meer in de zin van een geloofsgemeenschap los van de kerk. Het begrip ‘katholiciteit’ speelt o.a. een rol bij het verbreken van de zusterkerkrelatie met de LRC te Abbotsford. De gemeente zou te weinig oog hebben voor de katholiciteit van de kerk in haar kritiek op de CanRC. Dat is, gelet op de afval in de CanRC, veelzeggend.
We menen in de nu aanvaarde regeling voor kerkelijke relaties ook die veel bredere, onschriftuurlijke invulling van katholiciteit terug te zien.
Stand van zaken
Als we het geheel bekijken, ons lidmaatschap van de ICRC en de regeling voor kerkelijke relaties in het buitenland, dan kunnen we niet anders dan vaststellen dat het denominationalisme en een te brede opvatting van katholiciteit leidend zijn geworden in onze contacten. In plaats van heel eenvoudig, ook in onze kerkelijke relaties, gewoon gehoorzaam te zijn aan Gods Woord. We menen dat dit ook te zien is in andere ontwikkelingen, zoals onze betrokkenheid bij de RTS, de interkerkelijke theologische opleiding te Heidelberg. En bij het gegeven dat predikanten uit ons kerkverband mogen voorgaan op Urk en in Capelle a.d. IJssel bij gemeenten die bewust niet van plan zijn met ons één te worden.
Ook stellen we vast dat het erop lijkt dat de kerkorde en het kerkverband, of beter gezegd ons kerkverbònd, waarin we samen vaste en fundamentele afspraken hebben gemaakt, minder belangrijk worden. Ten gunste van de zelfstandigheid van de plaatselijke kerken. Zien we een beweging in independentistische richting? Of is dat te somber gezien?
De komende generale synode zal over deze zaken en heel veel andere goede besluiten moeten nemen. We verwachten dat deze zaken zeker aan de orde komen. Als deputaten verslag doen van hun werkzaamheden. Of als er bezwaren aan de orde komen. Dan moet er besloten worden naar Schrift, belijdenis en kerkorde. Om de kerken op het gereformeerde spoor te houden.
We wensen en bidden dan ook de toekomstige afgevaardigden alle wijsheid en onderscheidingsvermogen toe, naar Filippenzen 1: 9-11: “En dit bid ik dat uw liefde nog steeds overvloediger wordt in kennis en alle fijngevoeligheid opdat u kunt onderscheiden wat wezenlijk is, opdat u oprecht bent en zonder aanstoot te geven tot de dag van Christus, vervuld met vruchten van gerechtigheid, die door Jezus Christus zijn, tot heerlijkheid en lof van God.”
[i] Acta buitengewone generale synoden Groningen 2024 en Kornhorn 2024, gezamenlijk deel, art. 14-C.07; en Voorstellen, Instructie deputaten betrekkingen buitenlandse kerken met Bijlage, Regeling Differentiatie Buitenlandse Contacten
