Eerdere synodes
Nee, we gaan hier niet schrijven over predikanten. Met ‘voorganger’ doelen we op een belangrijk besluit van de gezamenlijke generale synode van Groningen/Kornhorn in 2024 om geen ‘voorganger’ aan te wijzen.
Een besluit dat te maken heeft met besluiten van voorgaande synodes van onze verenigde kerken. In de voormalige DGK was indertijd wel zo’n ‘voorganger’ aangewezen. Het ging er om van welke laatste voorgaande generale synode erkend kon worden dat alle besluiten van die synode, en haar voorgangers, aanvaardbare besluiten waren, niet in strijd met de Bijbel, de Drie Formulieren van Eenheid en de Kerkorde. Zulke besluiten hebben nog steeds rechtskracht in de kerken. We kunnen ons er nog steeds op beroepen.
Schrift en belijdenis
DGK hebben op de eerste synode na de vrijmaking van 2003 vastgesteld dat we dat konden uitspreken van de Generale Synode van de GKv te Leeuwarden, 1990. Je zou kunnen zeggen: dat was de laatste voorganger. Van de eerste synode na Leeuwarden, die te Ommen in 1993, en de synodes daarna tot de nieuwe vrijmaking (Berkel 1996, Leusden 1999, Zuidhorn 2002) moet gezegd worden dat veel besluiten van die synoden de toets van Schrift en belijdenis niet kunnen doorstaan. Duidelijk werd in de besluiten van de kerken dat ons voormalige kerkverband, de GKv, het goede gereformeerde spoor verliet en eigenwillige wegen ging. Het begon in Ommen, 1993. In de besluitvorming rond het vrouwenstemrecht werd voor het eerst officieel op een kerkelijke vergadering zichtbaar dat er ruimte kwam voor de zogenaamde nieuwe hermeneutiek. De manier van bijbellezen en bijbeluitleg die zich aanpast aan de geest van de tijd. Waarbij Gods Woord haar volstrekte gezag verliest. De synodes vanaf Ommen kunnen niet meer gerekend worden tot trouwe gereformeerde synodes. Hun besluiten hebben geen rechtskracht meer in ons kerkverband. We kunnen ons er niet op beroepen.
Zo’n oordeel moet natuurlijk wel gegrond zijn.
DGK hebben dan ook op de eerste vier synodes na 2003 (Mariënberg 2005, Zwolle 2007, Emmen 2009 en Hasselt 2011) vrijwel alle synodebesluiten van GS Ommen tot GS Zuidhorn gehouden tegen het licht van Gods Woord en de belijdenis. Van vele werd aangetoond dat ze onschriftuurlijk waren.
Onze geschiedenis
Tegenwoordig hoor je op allerlei plaatsen en in allerlei verbanden dat we ons niet bezig moeten houden met het verleden. Nee, we moeten ons richten op de toekomst en op het opnieuw zoeken van verbinding. Alleen maar vooruit kijken. Heel postmodern. Maar wie zijn verleden negeert weet niet waar hij vandaan komt en waar hij heengaat. Hij weet niet wie hij is. Dat geldt ook voor de kerk.
Als het gaat over het besluit m.b.t. een ‘voorganger’ wijst de synode in de gronden o.a. naar de Vereniging van 1892. We hopen daar nog op terug te komen. In dat verband vonden we een mooie tekst in het standaardwerkje over de Vereniging van de hand van ds. H. Bouma. [i]
Hij schreef het in de verantwoording aan het begin van het boek. Meestal slaan we verantwoordingen en inleidingen over. Maar ze bevatten vaak wel degelijk belangrijke informatie. Ook in dit geval.
Ds. Bouma schreef: “Onze tijd gonst van streven naar „kerkelijke eenheid”. Het verdient aanbeveling, te weten hoe men in het verleden te werk ging; welke de knelpunten destijds waren; naar welke grondslag werd gezocht. Dezelfde zaken zullen voor het heden nog actueel blijken te zijn. Nieuw licht zal dit geschrift niet op de historie laten vallen. Het wil slechts verhalen van de worsteling van onze ouders en grootouders in die dagen, waarin zij hun strijd voerden in Christus’ kerkvergaderende werk. Wij, hun nageslacht, zijn in datzelfde kerk- vergaderende werk begrepen. Hun geschiedenis is onze geschiedenis.”
Hetzelfde kerkvergaderende werk
Beseffen wat ds. Bouma schreef is belangrijk. Ook vandaag, nu DGK en GKN zich hebben verenigd. Van GKv via DGK en GKN naar de Gereformeerde Kerken in Nederland: het is hetzelfde kerkvergaderend werk van onze Heere Christus in Nederland. De nog vrij korte geschiedenis van DGK en GKN is ook onze geschiedenis. Vandaag. De kerkelijke vergaderingen van DGK en GKN zijn ook onze vergaderingen.
Niet nieuw
We moeten dan ook goed beseffen dat onze Gereformeerde Kerken geen nieuwe kerken zijn. Niet in geestelijke zin. Niet volgens Bijbel en belijdenis. Ja, volgens Nederlands burgerlijk recht zijn we een nieuwe organisatie. Maar dat is niet bepalend voor de kerken. Bepalend is wat de Schrift leert en wat we in de belijdenis gelovig naspreken.
Dan mogen we zeggen dat we hier in Nederland de kerk zijn, zoals die door de Heere Christus geroepen en vergaderd is, de eeuwen door, van reformatie tot reformatie. Nog steeds die éne kerk, die we belijden in de Apostolische Geloofsbelijdenis, in de Geloofsbelijdenis van Nicea en in de Nederlandse Geloofsbelijdenis art. 27-29. Nog steeds dezelfde gereformeerde kerk uit de zestiende eeuw. Nog steeds de voortzetting van da apostolische kerk, hier in Nederland, de kerk die gevestigd werd vanaf Pinksteren.
Juist de afvallige kerk is afgeweken van de lijn van Gods kerkvergaderend werk. Zo hebben we dat ook beleden in de verschillende acten van Vrijmaking of wederkeer. In 1834. In 1944. In 2003. Wij weten ons geroepen om, in alle gebrekkigheid, onvolmaaktheid en zonde, aan dat kerkvergaderend werk gehoorzaam en gelovig te blijven meewerken. We zijn niet iets nieuws begonnen.
Verschillen
Vanuit dat besef, vanuit dat geloof, mogen en moeten we ook kijken naar besluiten van onze hedendaagse synodes.
Twee kerkverbanden zijn één geworden. Omdat ze zich geroepen wisten door Christus. Maar dat levert wel praktische problemen op. Vandaar dat de synode van Groningen/Kornhorn zich terecht gebogen heeft over de vraag naar een ‘voorganger’.
Het besluit luidt:
“De Buitengewone synode van De Gereformeerde Kerken in Nederland (hersteld),Groningen 2024 en de Buitengewone synode van de Gereformeerde Kerken Nederland, Kornhorn 2024, in vergadering bijeen op 5 oktober 2024, besluiten, afzonderlijk en samen, voor het per 1 november 2024 in te stellen kerkverband[ii]:
1. geen voorganger aan te wijzen als het gaat om de geldigheid van eerder, voor 5 oktober 2024, door kerkelijke vergaderingen genomen besluiten en vastgestelde regelingen.
2. eerder, voor 5 oktober 2024, door kerkelijk vergaderingen genomen besluiten en vastgestelde regelingen worden betrokken bij zaken die aan de kerkelijke vergaderingen worden voorgelegd.
3. een commissie in te stellen die, na onderzoek, de eerste generale synode van het verenigde kerkverband, met een voorstel dient of en welke besluiten uit het verleden noodzakelijk zijn voor het goed functioneren van het kerkverband. Ook stelt deze commissie een lijst op van in het verleden genomen besluiten die de leer, zoals die in onze Belijdenisgeschriften beleden wordt, raakt.
4. in de commissie vier broeders te benoemen die deze taak gaan uitvoeren.
Daarbij moeten we bedenken dat belangrijke verschillen tussen beide voormalige kerkverbanden, “het gebruik van preken in leesdiensten, liturgische formulieren bij openbare geloofsbelijdenis en huwelijksbevestiging en de wijze waarop de zusters van de gemeente bij het verkiezen van ambtsdragers worden ingeschakeld”[iii], ook zijn ondergebracht bij het deputaatschap ‘Voorganger’. Om daarvoor op de aankomende generale synode DV met voorstellen te komen.
Vragen
We menen dat bij dit besluit best vragen zijn te stellen. Dat willen we doen in enkele artikelen. Vanuit de hiervoor genoemde overwegingen.
Daarbij willen we ook de Vereniging van 1892 laten spreken.
(wordt vervolgd)
[i] H. Bouma v.d.m., De vereniging van 1892, Uitgeverij De Vuurbaak, Groningen, 1967
[ii] Acta GS Groningen/Kornhorn, 2024, gezamenlijk deel, D.01, pag. 90
[iii] Acta GS Groningen/Kornhorn, 2024, gezamenlijk deel, pag. 30
