Voorganger 3

Uniformiteit
Er is nog een punt in de gronden dat vragen oproept. Uit de besprekingen op de eerst aparte en daarna gezamenlijke synodes van Groningen en Kornhorn blijkt dat vanwege de discussie over de ‘verschillen’ bewust gekozen is om daar mee om te gaan zoals in het besluit en de gronden is verwoord..

Daarbij werd door meerdere afgevaardigden ingebracht dat er in de kerken weliswaar een zekere eenheid moet zijn, zoals weergegeven in de kerkorde maar dat er niet in alles uniformiteit hoeft te zijn. Gemeenten hoeven niet in alles op de zelfde manier te handelen. De Bijbel leert dat ook niet. Er mag best verschil zijn tussen gemeenten van het zelfde kerkverband. Dit komt terug in grond 4.
Verwezen wordt daarin naar art. 32 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis en naar art. 83 van de kerkorde.

Menselijke bedenksels
Art. 32 NBG luidt:
“Wij geloven dat, hoewel het nuttig en goed is dat de regeerders van de kerk onderling een vaste orde instellen en handhaven om het lichaam van de kerk in stand te houden, zij zich er toch voor moeten wachten af te wijken van wat Christus, onze enige Meester, ons geboden heeft.
Daarom verwerpen wij alle menselijke bedenksels en alle wetten die men zou willen invoeren om God te dienen en daardoor het geweten te binden en te dwingen, op welke wijze dan ook. Wij aanvaarden dus alleen wat kan dienen om eendracht en eenheid te bevorderen en te bewaren, en allen te doen blijven bij de gehoorzaamheid aan God.
Hiervoor is vereist de uitsluiting uit de gemeenschap van de kerk overeenkomstig Gods Woord, en wat daarmee verbonden is.”

We moeten dat goed lezen. De kerken zullen niet binden boven wat God in Zijn Woord van ons vraagt. Daar zal iedereen in de kerken het mee eens zijn. Menselijke bedenksels zijn altijd vatbaar voor aanpassing en wijziging.

Maar waarom moet dit in de gronden nadrukkelijk vermeld worden? Als reden voor het ‘besluit voorganger”? Wordt hiermee niet gesuggereerd dat de verschillen die overgebleven zijn juist niet te maken hebben met de leer van de kerk? Maar slechts menselijke bedenksels zijn? Wordt daarmee niet gesuggereerd dat bijv. de vraag naar het vrouwenstemrecht niet te maken heeft met wat de Bijbel leert over man en vrouw in de kerk? Of bijv. de opvatting over de verhouding van man en vrouw in het huwelijk, die in de verschillende huwelijksformulieren niet gelijk zijn? Zou dat echt niets te maken hebben met een andere manier van bijbellezen?

Heersen
Art. 83 van de kerkorde luidt: “Geen kerk mag over andere kerken, geen ambtsdrager over andere ambtsdragers, op welke wijze ook, heersen.”

Dit artikel is in de kerkorde opgenomen om te benadrukken dat alle plaatselijke kerken zelfstandige kerken zijn. Dat er geen sprake kan zijn van hiërarchie, waarbij sommige gemeenten belangrijker zijn dan andere. Integendeel. Maar we begrijpen niet waarom dit van belang zou zijn voor het ‘besluit voorganger’. De kerken nemen gezamenlijk, op de generale synode, de besluiten die alle kerken aangaan. En als daarover geen consensus, geen overeenstemming is, dan wordt besloten bij meerderheid van stemmen (art. 31 kerkorde). Dat heeft niets te maken met heersen over elkaar maar met samen gemaakte afspraken.

Waarom dan toch deze grond? Moeten we misschien naar een omgang met de kerkorde waarbij we elkaar meer vrij laten en elkaar niet meer zo serieus binden aan onze gezamenlijke afspraken? Dat kan toch niet de bedoeling zijn?

Samen en vrijwillig
We menen, en dat hebben de kerken ook altijd uitgesproken, dat de gemeenten van Christus samen een verband vormen op grond van een Schriftuurlijke roeping. In het besef vast aan elkaar verbonden te zijn in Christus. Daartoe roept de Schrift ons op. Niet vrijblijvend. Maar naar de wil van de Heer van de kerk. Gemeenten van Christus mogen niet op zichzelf blijven staan. De Heere roept ze tot gemeenschap met al die andere gemeenten. Met heel Zijn kerk.

Dat is het fundament onder het kerkverband.
Iedere gemeente is zelfstandig is. Ja, en toch een stevig kerkverband. Met meerdere vergaderingen. Met een duidelijke kerkorde.
Dat is de wijsheid van de Heere. Zelfstandige gemeenten die leven in saamhorigheid. Om elkaar te helpen. Te bevestigen. Te ondersteunen.
Niet gedwongen. Maar ook niet vrijblijvend. Nogmaals, de kerken vormen vrijwillig een verband omdat ze zich daartoe geroepen weten door Christus. Omdat ze weten en geloven in Christus één te zijn.

In dat licht moeten we spreken over de zelfstandigheid van de plaatselijke kerk en over menselijke bedenksels.

Afrondend
Als we het geheel van besluit, gronden en instructie overzien vallen enkele zaken op.

Het besluit is onduidelijk. Verwarrend. Er wordt onvoldoende verwezen naar de norm van Schrift en belijdenis. De eenheid met ons voorgeslacht, de doorgaande lijn in het kerkvergaderend werk van Christus wordt, zo menen we, onvoldoende in rekening gebracht. Het lijkt er op dat ook dit besluit, evenals dat over onze buitenlandse betrekkingen, moet passen bij een lossere manier van samenleven binnen het kerkverband.

Dat is zorgelijk.

Geve de Heere de afgevaardigden naar de komende synode, die hierover verder moeten beraadslagen en besluiten, de nodige Bijbelse wijsheid.

Pdf maken (via Printen)