Over het gezag van de Schrift
“Wij ontvangen al deze boeken (de Bijbelboeken, TLB), en deze alleen, als heilig en canoniek, om ons geloof daarnaar te richten, daarop te gronden en daarmee te bevestigen. En zonder in enig opzicht te twijfelen geloven wij alles wat zij bevatten.
Dat doen wij niet zozeer omdat de kerk ze aanneemt en als canoniek erkent, maar vooral omdat de Heilige Geest in ons hart getuigt dat zij van God zijn. Het bewijs daarvan ligt bovendien in de boeken zelf. Want zelfs blinden kunnen tasten dat de dingen die erin voorzegd zijn, gebeuren.”
Zo belijden we in de Nederlandse Geloofsbelijdenis in art. 5, onder het kopje ‘Het gezag van de Heilige Schrift’.
Daarover, over her gezag van de Schrift, willen we het een en ander schrijven.
We menen dat het een belangrijk en heel actueel onderwerp is. Voor gelovigen zelfs van levensbelang. Wat betekent het dat we dit belijden? Waarom is het zo belangrijk? Daaraan willen we aandacht geven. Daarbij iets vertellen over aanvallen op het Schriftgezag in de kerkgeschiedenis en met name in onze tijd. Over de confrontatie tussen Schriftgezag en ongeloof. Over de breedte en de omvang van het Schriftgezag; over hoever dat gezag strekt. En over wat het betekent voor ons persoonlijk leven. Voor ons kerkelijk leven. Voor ons getuigen naar elkaar en naar de wereld.
Heilig
‘Wij ontvangen al deze boeken, en deze alleen, als heilig en canoniek.’
Heilig en canoniek.
Eerst iets over dat begrip heilig. We noemen de Schrift ‘heilig’ omdat heel de Bijbel is ingegeven door de Heilige Geest. Omdat heel de Schrift het profetische Woord is van onze Heilige God.
En wij hebben het profetische woord,
dat vast en zeker is,
en u doet er goed aan daarop acht te slaan
als op een lamp die schijnt in een duistere plaats,
totdat de dag aanbreekt
en de morgenster opgaat in uw hart.
Dit moet u allereerst weten,
dat geen enkele profetie van de Schrift een eigenmachtige uitleg toelaat;
want de profetie is destijds niet voortgebracht door de wil van een mens,
maar heilige mensen van God, door de Heilige Geest gedreven,
hebben gesproken.”
(II Petrus 1: 19-21)
Het Woord is volkomen waar, vast en zeker omdat het gegeven is door de Heilige Geest. Precies zoals het opgetekend is.
Canoniek
Dat lezen we ook in II Timotheus 3: 14-17:
“Blijft u echter bij wat u geleerd hebt en waarvan u verzekerd bent,
omdat u weet van wie u het geleerd hebt,
en u van jongs af de heilige Schriften kent,
die u wijs kunnen maken tot zaligheid,
door het geloof dat in Christus Jezus is.
Heel de Schrift is door God ingegeven en is nuttig om daarmee te onderwijzen,
te weerleggen,
te verbeteren
en op te voeden in de rechtvaardigheid,
opdat de mens die God toebehoort,
volmaakt zou zijn,
tot elk goed werk volkomen toegerust.”
Dat is canoniek. Canoniek komt van het Griekse woord canon. Dat is een meetsnoer of een meetlat. Als we de Bijbel canoniek noemen dan wil dat zeggen dat de Schrift het meetsnoer is voor ons leven als gelovigen. We moeten ons geloof richten naar Gods Woord. Ons gelovig leven daaraan meten en toetsen. Een andere maatstaf is eer niet. Woorden van mensen, logische verhalen, wetenschappelijke redeneringen, theologische betogen ….. Ze bepalen niet ons geloof en ons leven voor de HEERE. Ze zijn geen grond, ze kùnnen geen grond zijn voor ons geloof. Ze bouwen ons geloof niet maar ze moeten zelf getoetst worden aan de Heilige Schrift.
Zalig
De Bijbel is ons gegeven om daardoor zelf heilig te zijn. Afgezonderd voor de dienst van de HEERE. Volledig toegerust om de HEERE te dienen.
Ja, Gods Woord is heilig en canoniek. Dat houdt in dat we heel de Schrift nodig hebben. Voor ons behoud. Héél de Bijbel, niets uitgezonderd. Dat leert de Heere Christus ons ook zelf.
“Want ik getuig aan ieder die de woorden van de profetie van dit boek hoort:
Als iemand iets aan deze dingen toevoegt,
zal God hem de plagen toevoegen die in dit boek geschreven zijn.
En als iemand afdoet van de woorden van het boek van deze profetie,
zal God zijn deel afdoen van het boek des levens,
en van de heilige stad,
van de dingen die in dit boek geschreven zijn.”
(Openbaring 22: 18 en 19).
Fundament
De Bijbel, het profetische woord, is het fundament onder ons geloof. Daarin openbaart de HEERE Zich aan ons. Daarin horen we het machtige evangelie van verzoening door voldoening, van de verlossing in onze Heere Christus, van de schitterende erfenis die voor ons klaarligt.
Een ander Woord is er niet. Zo is de Schrift letterlijk van levensbelang. Van belang voor het eeuwige leven.
“ Luister, Israël,
naar de verordeningen en bepalingen
die ik heden ten aanhoren van u spreek.
U moet ze leren en nauwlettend in acht nemen.”
(Deuteronomium 5: 1b)
Dat is het gezag van de Schrift.
In een volgend artikel hopen we nader in te gaan op de grond en de aard van dat gezag en de brede betekenis daarvan.
(wordt vervolgd)
