ICRC

Op de Australische website “Defence of the Truth” (https://defenceofthetruth.com/), verzorgd door br. Jelte Numan, lazen we onderstaande artikel. We hebben het vertaald en plaatsen het met toestemming van br. Numan. Het lijkt ons nuttig om kennis van te nemen in onze eigen kerkelijke situatie en onze besluiten m.b.t. de ICRC. (International Conference of Reformed Churches)

Waarom in beroep gaan tegen het besluit om waarnemers naar de volgende twee ICRC-bijeenkomsten te sturen

Door Jelte Numan – 26 juni 2026

Delen
Synoden nemen beslissingen die de kerken beïnvloeden, maar ze mogen niet over de kerken heersen. Christus heeft die autoriteit toevertrouwd aan de plaatselijke kerkenraad, waarvan de ambtsdragers publiek hebben beloofd de kudde te bewaken en alle leerstellingen te verwerpen die in strijd zijn met Gods Woord. Om die reden moetenkerkenraden de beslissingen van de synode bekrachtigen of verwerpen. Hun taak is niet om klakkeloos goed te keuren wat een synode heeft besloten, maar om het zorgvuldig te toetsen in het licht van de Schrift en onze belijdenissen, de Drie Formulieren van Eenheid.

Maar de verantwoordelijkheid rust niet alleen bij de ambtsdragers. Gewone leden hebben ook de plicht om in beroep te gaan wanneer zij van mening zijn dat een besluit in strijd is met de Schrift en de belijdenissen en schadelijk is voor de kerk van Christus. De kerkorde geeft dit recht, omdat Christus elke gelovige oproept om te waken over de zuiverheid van de leer en het welzijn van Zijn kerk. Als een lid meent dat een kerkenraad iets heeft goedgekeurd dat in strijd is met Gods Woord, is dat lid verplicht in beroep te gaan – niet uit koppigheid, maar uit liefde voor Christus en Zijn bruid. Daarom voelde ik me genoodzaakt in beroep te gaan toen mijn kerkenraad het besluit van de Synode van 2024 (van de FRCA, de Free Reformed Churches of Australia-TLB) bekrachtigde om waarnemers naar de volgende twee ICRC-bijeenkomsten te sturen.

“Wat is daar nu zo erg aan?”
Sommigen vragen zich misschien af ​​waarom het sturen van waarnemers een probleem is. De FRCA heeft immers (nog) niet besloten om zich bij het ICRC aan te sluiten; we verzamelen alleen informatie om te kijken of we lid kunnen worden. Wat is daar mis mee? Is het niet verstandig om eerst onderzoek te doen voordat je een besluit neemt?

Het probleem is dit: het sturen van waarnemers is op zich al een statement.(Uitspraak, verklaring-TLB) Het geeft aan dat het ICRC een aanvaardbaar bestaansrecht heeft als een gemeenschap van trouwe gereformeerde kerken, verenigd in de waarheid. Maar juist dat is wat ter discussie staat. Het sturen van waarnemers is niet neutraal. Het geeft aan dat we het ICRC beschouwen als een mogelijk geldige uitdrukking van de eenheid en katholiciteit van Christus’ kerk. Maar als het ICRC kerken omvat die wij als ontrouw hebben beoordeeld, dan wordt zelfs het sturen van waarnemers problematisch.

Het ICRC beweert “de eenheid van geloof die de lidkerken in Christus hebben, uit te drukken en te bevorderen” (Doel 1). Maar een dergelijke eenheid behoort alleen toe aan kerken die elkaar officieel als trouw hebben erkend en een zusterkerkrelatie zijn aangegaan. De FRCA is hier niet in geslaagd met alle ICRC-leden. Sterker nog, we hebben sommige van hen expliciet als ontrouw in leer of praktijk beoordeeld en daarom konden we ons niet met hen verenigen.

De tegenstrijdigheid
Neem de PCEA en de CRCA. De FRCA concludeerde na overleg en onderzoek dat we geen zusterkerkrelatie met hen kunnen aangaan vanwege getolereerde fouten in leer en praktijk. Dit zijn geen onbelangrijke kwesties. Het gaat om kwesties waarover de Schrift duidelijk spreekt en waarover de FRCA de dwalingen heeft aangewezen en deze kerken tot bekering heeft opgeroepen. Toch erkent het ICRC hen als trouwe gereformeerde kerken.

Dit is een directe tegenstrijdigheid. Het ondermijnt de waarheid en schendt Christus’ gebod: “Uw ja is ja en uw nee is nee” (Matteüs 5:37). Als we “nee” zeggen tegen eenheid met deze kerken op lokaal niveau, hoe kunnen we dan “ja” zeggen tegen een organisatie die hen als trouw verklaart? De inconsistentie is overduidelijk.

Deze inconsistentie werd al in 1994 erkend door onze eigen afgevaardigden, die schreven:

“In het ICRC zeggen we: er is eenheid van geloof… In de praktijk ontdekken we echter verschillen… Is het niet onethisch om eenheid te verkondigen terwijl we verschillen constateren die de officiële erkenning van die eenheid belemmeren?” (Handelingen 1994, p. 211)

Sindsdien is er niets veranderd. Dezelfde tegenstrijdigheden blijven bestaan. Dezelfde kerken die wij niet als trouw konden erkennen, zijn lid van het ICRC. En toch heeft de Synode van 2024 waarnemers opgeroepen om aanwezig te zijn en te vragen wat het ICRC bedoelt met ‘eenheid van geloof’. Maar de grondbeginselen (‘Constitution’-TLB) zijn duidelijk: er wordt gesproken over eenheid als iets wat de lidkerken al hebben; het wordt gepresenteerd als een huidige werkelijkheid.

Het voorbeeld van de RCNZ
De RCNZ (Reformed Churches of New Zealand-TLB) geeft hetzelfde probleem aan. Ze verbraken hun zusterkerkrelatie met de CRCA (Christian Reformed Churches of Australia-TLB) vanwege ontrouw. Toch bevalen ze de CRCA later aan als lid van het ICRC, als trouwe kerken. Dit is niet zomaar een ‘nee’. Het geeft bewust een risico om onschriftuurlijke opvattingen een platform te bieden binnen het ICRC (Titus 1:9).

Als een kerk ontrouw genoeg is om de eenheid te verbreken, hoe kan ze dan trouw genoeg zijn om lidmaatschap aan te bevelen van een organisatie die beweert eenheid van geloof te hebben? De tegenstrijdigheid is schrijnend. En toch is dit precies de organisatie waar we nu waarnemers naartoe sturen.

Onze eigen geschiedenis
In 1996 besloot de FRCA (Free Reformed Churches in Australia) het lidmaatschap van het ICRC te beëindigen. Volgens artikel 31 van de Kerkorde zijn dergelijke beslissingen vaststaand en bindend, tenzij ze in strijd blijken met de Schrift. Een dergelijk bewijs is niet geleverd. Waarom doen we dan alsof de beslissing niet langer geldig is?

Als we geloven dat die beslissing juist was, dan moeten we die respecteren. Als we geloven dat die onjuist was, dan moeten we aan de hand van de Schrift aantonen waarom dat zo was. Maar we kunnen de beslissing niet zomaar negeren. Dat zou onze eigen Kerkorde ondermijnen en de integriteit van onze beslissingen verzwakken.

De doelen van het ICRC
Verschillende doelen van het ICRC – het presenteren van een gereformeerd getuigenis aan de wereld, het samenwerken in zending en andere opdrachten, en het bestuderen van gemeenschappelijke vraagstukken – kunnen alleen worden verwezenlijkt wanneer er al ware eenheid bestaat. De Schrift en de belijdenissen leren dat die eenheid tot uiting komt in de relaties tussen zusterkerken (Johannes 17:21; Kolossenzen 3:15; Belgische Belijdenis 28-29). De synode van 1985 bevestigde dit duidelijk:

“Door het aangaan van zusterkerkrelaties is interkerkelijke samenwerking in zending en andere zaken mogelijk.”

Maar de FRCA heeft die eenheid niet bereikt met alle ICRC-leden. Daarom kunnen deze doelen niet rechtmatig worden nagestreefd. Eraan deelnemen zonder eenheid is doen alsof er eenheid bestaat, terwijl dat niet zo is. Het is doen alsof verschillen er niet toe doen. Het is de kenmerken van de ware kerk vervagen.

Doel 4 van het ICRC – het bestuderen van gemeenschappelijke problemen en kwesties – veronderstelt ook eenheid. Hoe kunnen kerken die het oneens zijn over fundamentele leerstellingen en praktijken, samen kwesties bestuderen en streven naar gemeenschappelijke aanbevelingen? Dergelijke samenwerking hoort thuis in de context van erkende eenheid, niet daarbuiten.

De diepere kwestie: pluriformiteit
Achter dit alles schuilt een subtiel gevaar: de heropleving van de leer van kerkpluriformiteit – het idee dat de ware kerk in vele vormen bestaat, zelfs waar ernstige dwalingen worden gedoogd. Deze leer werd terecht verworpen in de aanloop naar de bevrijding van de Kerk in 1944 en daarna. Ze ondermijnt de kenmerken van de ware kerk en verzwakt de oproep om alle dwalingen te verwerpen.

Toch sluipt pluriformiteit er weer in wanneer kerken die we niet als trouw erkennen, toch als trouw worden behandeld binnen het ICRC. Wanneer we doen alsof er eenheid bestaat waar die er niet is, accepteren we impliciet pluriformiteit. We zeggen dat de waarheid kan worden opgerekt om tegenstrijdige leerstellingen en praktijken te omvatten. We zeggen dat trouw zo breed is dat het ook ontrouw omvat.

Dit is niet wat de Schrift leert. Christus roept Zijn kerk op tot eenheid in de waarheid (Johannes 17:17). Hij roept ouderlingen op om de kudde te beschermen tegen valse leer (Handelingen 20:28-30). Hij roept Zijn volk op om alle dwalingen te verwerpen en vast te houden aan de zuivere prediking van het evangelie (Nederlandse Geloofsbelijdenis art. 29).

Waarom ik in beroep ging
Mijn bezwaar gaat er niet om moeilijk of belemmerend te zijn. Het gaat er zeker niet om de harten van de mensen bij het ICRC te beoordelen. Het gaat om het gebrek aan Bijbelse grond voor het ICRC. Het gaat om trouw aan Christus, die de gemeente in Philadelphia prees omdat zij Zijn Woord bewaarde, zelfs met “weinig kracht” (Openbaring 3:8). We hoeven niet groot of invloedrijk te zijn. We moeten trouw zijn.

Het sturen van waarnemers naar de ICRC houdt in erkenning van een organisatie die ontrouwe kerken als trouw behandelt. Daarmee worden de kenmerken van de ware kerk vervaagd. Het wettigt samenwerking in zending en andere “doelen” zonder eerst eenheid in de waarheid tot stand te brengen. Het riskeert de herintroductie van pluriformiteit. Het ondermijnt onze eigen beslissingen en verzwakt onze toewijding aan de Schrift.

Om deze redenen, en uit liefde voor Christus’ kerk, heb ik beroep aangetekend tegen het besluit van mijn kerkenraad om het besluit van de Synode van 2024 te bekrachtigen. Mijn hoop is dat we standvastig zullen blijven in de waarheid, dat ons ‘ja’ ‘ja’ zal zijn en ons ‘nee’ ‘nee’, en dat we eenheid alleen zullen zoeken en beoefenen waar die werkelijk bestaat: in de trouwe belijdenis van, en nederige onderwerping aan, het Woord van Christus en de Drie Formulieren van Eenheid.

Pdf maken (via Printen)