Is de taak van de vrouw in gezin en kerk aan verandering toe? 4

Ambt en taak in de kerk
Ook voor de posities in de kerk geldt dezelfde Bijbelse grondlijn.
We zien het terug in de roeping van de discipelen en apostelen, waar de Heere Jezus geen vrouwen roept en aanstelt. Toch heeft juist de Heere Jezus zelf de vrouw in haar positie hersteld en geëerd. Zo waren er veel vrouwen rond Jezus, met wie Hij heel betrokken omging.

Sommigen van deze vrouwen kregen van Hem heel bijzondere opdrachten, denk aan de paasboodschap die zij als eersten aan de discipelen mochten brengen; denk aan de eer die Jezus gaf aan de vrouw die Hem met een kruik olie heeft gezalfd. Toch koos Jezus alleen mannen tot Zijn ambtsdragers.

Ook de apostelen gingen in deze lijn verder: ze stelden mannen aan als ambtsdragers.
Verder lezen we over het onderscheid tussen de taak van man en vrouw in kerk en eredienst. Dat laat onverlet dat de Heere ook bijzondere gaven heeft gegeven aan de vrouw om dienstbaar te zijn binnen Zijn Kerk.

In de Bijbel worden in oude en nieuwe testament vrouwen genoemd, die deze bijzondere gaven hebben gekregen. Om enkele te noemen:  Mirjam, profetes; Debora, profetes; Hulda, profetes; Anna, profetes; Filippus’ dochters, profetes; Febe, “diakones”; Prisca, catecheet, evangelist; Vrouwen rond Jezus, hulpdienst Jezus; weduwen, hulpdienst diakenen; Junia, hulpdienst apostel; Maria, Persis, hulpdienst apostel; Trifena, Trifosa, hulpdienst apostel.

We zien met name gaven van profeteren, een enkele keer ook dienen in catechisatie en evangelisatie. Evangeliseren. Een belangrijke gave is het dienen en bijstaan van de Heere Jezus en Zijn apostelen. Het is goed om straks om zelf eens na te gaan welke gaven en taken onze zusters momenteel vervullen in de gemeente. Waarmee ook zij een belangrijke bijdrage aan de gemeenschap der heiligen leveren.

Gezag van de man en het zwijgen van de vrouw
In de discussie over de vrouw in het ambt, krijgen teksten die te maken hebben met het gezag van de man en het zwijgen van de vrouw veel aandacht. Met name. 1 Kor. 14:34-36 en 1 Tim 2:11-15. In veel rapporten en boeken wordt bij de verklaring van deze teksten de grondlijn losgelaten, om ze te laten passen in het denkbeeld van de schrijvers. Vaak stelt men daarbij dat de toenmalige cultuur maatgevend was voor de boodschap van Paulus. Wij houden ons liever vast aan de blijvende geldigheid van de ene lijn,  die de Bijbel zelf steeds weer aanwijst ook in deze teksten. Dan komen we uit op het volgende:

In de kerk geldt dat iedere man hoofd is van de vrouw.
     De vrouw is de heerlijkheid van de man:
–   Haar positie is aan hem ondergeschikt. Daarin ligt haar roeping en eer.
–   Daarom zullen man en vrouw als zodanig herkenbaar dienen te blijven in            uiterlijk om zo en optreden, om zo niet tot oneer te komen.

Voor de erediensten wordt dit als volgt uitgewerkt: 
–   De vrouw laat zich onderwijzen in alle onderdanigheid.
–   Ze spreekt niet tijdens de erediensten, ook dat strekt haar tot eer.
–   Ze raadpleegt zo nodig bij vragen thuis haar eigen man.

“Macht op het hoofd”
In 1 Korinthiërs 11 vers 10, staat dat de vrouw een “macht op het hoofd” moet hebben vanwege de engelen.  Op grond van deze tekst dragen reformatorische vrouwen een hoedje tijdens de erediensten. De vraag is wat deze tekst betekent. In vers 5 en 6 gaat over het bedekken van het hoofd van de vrouw met een soort capuchon, een palla als teken van vrouwelijkheid en onderdanigheid. In vers 10 wordt gesproken van een macht op het hoofd ook wel vertaald als zeggenschap of bevoegdheid over het hoofd..

De Statenvertaling en de HSV zien deze palla op het hoofd als teken van mannelijke macht en gezag over de vrouw. De andere vertaling heeft “zeggenschap over het hoofd”. Dat wijst op controle die de vrouw moet hebben over haar hoofd, over haar denken, waarbij ze zich als vrouw onderwerpt aan Gods ordening. Bij beide verklaringen hoe verschillend ook, kom je erop uit dat de vrouw zich moet laten gezeggen door de ordening van de Heere, en dit moet tonen in haar uiterlijk als vrouw.

Ommezwaai
Het is ook vandaag van belang te zien hoe de gedachten waren in de GKv (nu NGK) die zijn uitgelopen op de verandering in de positie van de vrouw in deze kerken. Al vanaf 2005 is op GS Amersfoort opdracht gegeven om deze positie te onderzoeken en zich er opnieuw over te bezinnen. Deze herbezinning kwam ook toen niet uit de lucht vallen. 
Allerlei ontwikkelingen hebben bijgedragen om anders te willen aankijken tegen de positie van de vrouw:

1. Allereerst is er de steeds verdergaande openheid naar de wereld met haar visie op man en vrouw.
2. Dat heeft er in 1993 toe geleid dat er voor het eerst besloten is om de vrouwen in de kerk voortaan stemrecht te geven bij de verkiezing van ambtsdragers.
Door een buitenstaander als professor dr. G. Dekker was dit al in 1994 (tijdens de herdenking van 50 jaar vrijmaking) aangeduid als hellend vlak, met een verwijzing naar de neergang van de synodale kerken in jaren 50 van de vorige eeuw.
3. Ook is een factor het zoeken van eenheid met de Nederlands Gereformeerde Kerken waar al sinds 1998 de vrouw tot het ambt is toegelaten.
4. Verder lezen we al in het nieuwe huwelijksformulier uit 1999 van een ander zicht op de positie van man en vrouw, met volle nadruk op gezamenlijkheid en vervagen van Bijbelse verschillen.
5. Teksten uit de Bijbel worden anders uitgelegd met de nieuwe uitlegmethode, de nieuwe hermeneutiek, die groot gewicht geeft aan verschillen in context en cultuur.

Ook voorschriften en geboden van de Heere worden gerelativeerd in de gemeente-ethiek waarbij de kerk van nu onder gebed en de leiding van de Geest andere normen zou mogen stellen dan de Bijbel leert.

                                                                                                                                                                                                     (wordt vervolgd)

Pdf maken (via Printen)