LEZEN: Jona 1:17: … Drie dagen en drie nachten …
Jona wordt opgeslokt door een bijzonder grote vis, door God daartoe beschikt. God voorkomt daarmee dat Jona zou sterven in de kolkende zee. Hij wordt uit de diepte van de zee door Gods genade gered van de dood. Maar daarmee is nog niet alles gezegd over de bedoeling van God. Want Jona is vervolgens in het ingewand van de vis, drie dagen en drie nachten.
Wat is de bedoeling daarvan? De HEERE heeft Jona toch in één keer kunnen redden? Ook zonder vis. Of Hij heeft hem ook direct door de vis kunnen laten uitspuwen aan land? Maar nee, de HEERE doet Jona in het binnenste van de vis zijn en wel zo lang dat Jona normaal gesproken dood zou gaan: drie dagen en drie nachten.
Dat is dezelfde tijd als Jezus in het graf lag. Een tijd die voor Jezus betekende dat Hij echt gestorven en begraven was (Matt. 12:39,40). Daar kon toen geen twijfel meer over zijn. Het is dus niet alleen redding. Jona zelf ervaart het als een gevangenis waar hij niet uit kan komen. In hoofdstuk 2:6a zegt hij: tot de grondvesten der bergen zonk ik neer, de grendelen der aarde waren voor altoos achter mij. In hoofdstuk 2:2 spreekt hij over het binnenste van de vis als “de schoot van het graf”, en in 2:6b “het verderf”.
De HEERE heeft Jona gearresteerd en hem nu in de kerker opgesloten. Hoe kan hij verder? Jona vluchtte in eigenwilligheid weg van voor Gods aangezicht maar nu verbergt God Zijn aangezicht voor hem.
Zo hebben ook sommige gelovigen het ervaren als ze verstrikt in hun zondige wegen de goedgunstigheden van de HEERE moesten missen. Meerdere Psalmen gaan over zo’n verschrikking waarbij de dichter spreekt over “banden van de dood”, “poorten van de dood”, “diepten van de dood” en over het “verbergen van Gods aangezicht”.
God gaat deze weg soms met hen die Hij van ver terug wil roepen. Om hen alsnog te behouden. Dan is deze daad van God in feite een betoon van Zijn barmhartigheid.
Welke methodes kan God voor dat laatste gebruiken?
Zingen: Ps. 6:1-3
