Opvoeden – de jeugd van de HEERE groot brengen in Zijn Naam, in de veilige ruimte van het gezin, de kerk en zo mogelijk de gereformeerde school.
Maar die veilige ruimte staat geweldig onder druk. De duivel blijft zijn klauwen uitstrekken naar de jeugd van de kerk. Over zijn aanvallen op de kerk gaan we in deze serie niet schrijven, daar bent u zich al lang van bewust. Wel willen we iets zeggen over die andere delen van de ‘weide’, over het gezin en over de school.
Fundamenteel
Dé plaats waar aan de opvoeding in de HEERE wordt gewerkt is het gezin. Het gezin waar de HEERE van harte gediend wordt. In het gezin worden a.h.w. de fundamenten gelegd voor het leven in het Verbond. Zo heeft de HEERE dat geschapen. Het gezin is niet ontstaan of gegroeid, nee, het is scheppingsgave van de HEERE. En tegelijk roeping en opdracht. Een echt christelijk gezin, waar structuur is, waar warmte en liefde is, waar ouders het aan hen gegeven gezag oefenen, waar sprake is van een serieuze huisgodsdienst, waar de dienst aan de HEERE echt wordt voorgeleefd, is buitengewoon belangrijk voor de opvoeding. Daar begint het. Dat is helemaal naar Gods scheppingsorde.
Uit de Bijbel is duidelijk dat het gezin het centrale punt is in de gelóófsopvoeding. Daar leren de kinderen hun eerste gebed. Daar horen ze voor het eerst van hun moeder of vader vertellen over God de Vader en over de Heere Jezus. Bij vader en moeder leren ze voor het eerst wat de HEERE van ze vraagt en wat de HEERE niet wil. En, niet het minst belangrijke, in het gezin dat de HEERE dient leven de gezinsleden met elkaar in een sfeer van eerbied en respect voor het Woord van God en Gods geboden. Daar wordt gevoeld de blijdschap om het deel hebben aan de beloften van de Here en het op weg zijn naar de eeuwige heerlijkheid. Daar wordt het samen leven in het Verbond zichtbaar. Daar proeven kinderen van de vrede en de rust die het geloof geeft.
Geen wonder dat de duivel dan ook continu bezig is om juist dat gezin stap voor stap af te breken.
Bestaat het gezin nog?
Regelmatig lezen en horen we over probleemgezinnen, over veel te weinig jeugdhulp, over toenemende jeugdmisdaad, over te weinig middelen voor de aanpak en ondersteuning van gezinnen.
En als je om je heen kijkt in de samenleving zou je je kunnen afvragen of het gezin, zoals de HEERE dat heeft bedoeld en in de Schepping gelegd heeft, nog wel bestaat. Of dat het misschien alleen nog in behoudende christelijke kringen zichtbaar is. En moeten we dan misschien ook naar onszelf kijken, als kerk van de HEERE? Hoe geven we zelf invulling aan de roeping om echt christelijk gezin te zijn?
Ontwikkeling
Kinderen zijn op het gezinsleven aangelegd. Ook dat is een scheppingswerkelijkheid. En dan kijken we naar de psychische ontwikkeling van kinderen. Kinderen ontwikkelen zich niet zomaar, bij toeval. Nee, ook de behoeften van kinderen, de voorwaarden waaronder zij zich kunnen ontwikkelen, en opgroeien tot evenwichtige volwassenen, zijn verankerd in de schepping. In de aard van de mens. Een goed, evenwichtig en gelovig gezin is voor de ontwikkeling van kinderen van groot belang. Jongens en meisjes hebben vaders en moeders nodig. Ja, vaders èn moeders. Beide. En in de eerste vier levensjaren hechten kinderen vooral heel sterk aan hun moeder. Die hebben ze dan het meest nodig. Wanneer kinderen in die eerste jaren zich niet voldoende aan hun moeder kunnen hechten is de kans groot dat dit later leidt tot psychische scheefgroei en sociale problemen. Dan kan er sprake zijn van gebrek aan hechting. En daardoor een gebrekkige ontwikkeling van het geweten en het gevoelsleven en tenslotte veel meer moeite met de geloofsontwikkeling. En een gebrekkige seksuele ontwikkeling. Dat is een algemeen bekend gegeven uit de kinderpsychologie. Tegenwoordig wordt dat niet meer uitgedragen. Het is taboe geworden. Het past niet in de opkomst van de ‘nieuwe mens’ en de nieuwe samenleving.
Het is één van de sterkste argumenten tegen het uitbesteden van jonge kinderen aan kinderopvang en tegen het werken, of veel werken, van moeders van jonge gezinnen. Trouwens, ook schoolkinderen en pubers hebben die veilige ruimte van het door God geschapen gezin nodig voor een stabiele groei naar volwassenheid.
Samen
De Nederlandse samenleving is tegenwoordig bewust zo ingericht dat je er vaak met één inkomen niet meer komt. Vooral in de lagere inkomensgroepen. Dan kunnen de kinderen niet meer ‘meedoen’. Dan wordt het in financieel opzicht moeilijk. En dan toch pleiten voor het zoveel mogelijk thuis zijn van de moeders? En liever geen gebruik maken van professionele kinderoppas?
We menen dat gezinnen die het dan financieel moeilijk hebben er niet alleen voor horen te staan. Ze mogen en moeten een beroep doen op de gemeenschap der heiligen. Kerkleden die geen verantwoordelijkheid (meer) hebben voor een gezin kunnen financieel meehelpen. En dan moeten we af van de gedachte dat financiële hulp in de gemeente slechts een alleruiterste noodgreep is, onder heel strikte en beperkende voorwaarden. De gemeente heeft ook een gezamenlijke verantwoordelijkheid voor de gezinnen en de kinderen. We belijden toch iedere zondag de gemeenschap der heiligen? Voelt een zuster zich gedwongen om veel uren te gaan werken? Dat moeten we niet laten gebeuren. In de eerste gemeente gold: “En allen die geloofden, waren bijeen en hadden alle dingen gemeenschappelijk; en zij verkochten hun bezittingen en eigendommen en verdeelden die onder allen, naar dat ieder nodig had.” (Hand. 2: 44, 45).
En de opvoeding in de HEERE, in een stabiele gelovige gezinsruimte mag toch bij uitstek nódig genoemd worden? Laten we daar samen eens echt over nadenken. Wellicht moeten we ook op dit punt de doorgaande reformatie serieus nemen.
Oorspronkelijk gezinsleven
Vroeger , in de afgelopen eeuwen, zo grofweg tot halverwege de negentiende eeuw, zag het gezinsleven er heel anders uit dan nu. Het is goed, het geeft verduidelijking, om eens te kijken naar de geschiedenis van het gezin. Meestal waren er in één huishouden meerdere generaties bij elkaar. Grootvader en grootmoeder, ouders en kinderen, en vaak ook ongehuwde ooms en tantes, ze woonden onder hetzelfde dak. Ze aten samen, werkten samen, spraken samen, brachten samen hun vrije tijd door, gingen samen naar de kerk. In zo’n gezin werd veel aandacht gegeven aan het doorgeven van waarden en normen en tradities. Zo’n gezin was meestal hecht en een veilige plaats voor de gezinsleden. En alle leden van het gezin waren meestal ook hetzelfde geloof toegedaan. Alle mogelijkheden om gezin te zijn naar Bijbelse normen.
Een tweede kenmerk van dat gezinsleven was de sterke band tussen gezin en werk. De gezinsleden werkten vaak voor het merendeel mee in het eigen bedrijf of in de buurt. Van iedere ochtend en middag reizen was geen sprake. Daardoor was men in het gezin altijd veel samen
Een derde opvallend kenmerk was het ontbreken van een eigen cultuur van jongeren. De generaties verstonden elkaar. Ze spraken de zelfde taal, gebruikten de zelfde soort kleding. Ontspanning vond plaats vooral in de huiselijke kring, ouders en kinderen samen. Niemand trok zich terug op eigen kamer. Heel vaak was die ruimte er ook niet.
Heel belangrijke zaken als we het hebben over opvoeden in de Here en doorgeven van geloofskennis aan het volgende geslacht.
Industriële revolutie
In die structuur kwam verandering door de zgn. ”Industriële Revolutie”, vanaf het begin van de negentiende eeuw. D.w.z. de opkomst van het fenomeen fabriek. Dat betekende de ondergang van de huisvlijt en het handwerk.
Het gevolg was het verbreken van de band tussen gezin en arbeid. Ook een gevolg was dat het vaak niet meer mogelijk was om met meerdere generaties onder één dak te wonen. In de snel uitbreidende steden werden kleine en goedkope woningen gebouwd. Zo viel het oorspronkelijk gezins- en familieleven uit elkaar. En dat uit elkaar vallen is doorgegaan tot op vandaag. Wie het zien wil hoeft weinig moeite te doen.
Tweede Wereldoorlog
Een tweede ‘revolutie’ in het gezinsleven vond plaats na de Tweede Wereldoorlog. Door die Tweede Wereldoorlog werd de wereld a.h.w. opgeschud en op de kop gezet.
Een heel bijzonder gevolg daarvan was het ontstaan van een breuk tussen de cultuur van de ouderen en van de jongeren. Jongeren gingen afstand nemen van de ouderen en hun cultuur. Er ontstond een aparte jeugdcultuur, die zich afzette tegen de cultuur en het denken van de volwassenen.
Net als de Industriële Revolutie een nieuwe breuk tussen generaties, die het doorgeven van alles wat overgeleverd is, ernstig bemoeilijken kan.
En weer een generatie later, vanaf eind jaren zestig van de vorige eeuw, loopt dat uit op de antiautoritaire opvoeding, een opvoedingsstijl waarbij kinderen al heel vroeg mee moeten beslissen en alle kansen moeten hebben om zichzelf te ontwikkelen waarbij het stellen van grenzen uit de boze is. Pas vooral op voor gezag en regels!
Technische samenleving
De Tweede Wereldoorlog gaf ook een enorme stimulans aan de ontwikkeling van wetenschap en techniek. Tegenwoordige lijken de technische mogelijkheden bijna oneindig. Onze maatschappij wordt in hoge mate bepaald door techniek. En ook dat heeft invloed op het gezinsleven. Vrijwel iedere jongere, vaak zelfs al op basisschoolleeftijd, kan beschikken over eigen computer en mobiele telefoon. En die apparaten kunnen jongens en meisjes gebruiken op hun eigen kamer, buiten de gezinskring, volstrekt individueel. De techniek heeft ook de vierentwintig-uurs-economie mogelijk gemaakt. Er gaat enorm veel geld om, in de gezinnen en ook onder de jeugd. Wat een kansen voor verdere individualisering! Wat een mogelijkheden voor verdere ontwrichting van het gezinsleven! In welk gezin worden de avonden nog gezamenlijk doorgebracht? Waar worden nog alle maaltijden samen gebruikt? Welke jongere heeft geen eigen PC? En/of smartphone?
(wordt vervolgd)
