LEZEN: Jes. 2:6-21
Want de dag van de HEERE van de legermachten zal zijn tegen al wie hoogmoedig en trots is, tegen al wie zich verheft opdat hij vernederd zal worden…– Jes. 2:12
Na één van de mooiste profetieën over de kerk en haar toekomst, beoordeelt Jesaja de kerkelijke situatie van zijn tijd. Hij ziet een afvallige kerk. Hij merkt op dat God Zijn goedgunstigheid niet meer laat zien als gevolg van hun goddeloosheid, waarzeggerij, hoogmoed, afgoderij en hun optrekken met heidenen (vs.6-8). Gods volk heeft daarmee God verlaten. Ze krenken en tergen God met hun afval.
Ze zullen daarom moeten bukken voor de straf van de HEERE (vs.9). God is wel een genadig God, die graag vergeeft, maar Hij houdt de schuldige die zich niet bekeert, niet voor onschuldig (2e gebod). Gods straf over de goddeloosheden is zo verschrikkelijk, dat iedereen daarvoor probeert weg te vluchten (vs.10). God laat daarin Zijn grootheid zien, terwijl Hij de hoogmoedigen vernedert.
In allerlei beelden geeft Jesaja aan hoe de HEERE toornt tegen hoogmoed als opstand tegen Hem en Zijn goddelijke majesteit. Dat zal blijken op de dag van de HEERE van de legermachten. Die dag komt als Christus alles tot voleinding heeft gebracht, als alle zonde zo opgestapeld is dat ze vol is, en dat alle uitverkorenen verlost zijn: de dag van Zijn wederkomst.
Toch zijn er ook “dagen”, die een voorafschaduwing van die allerlaatste dag laten zien. Deze worden in het oude testament ook aangeduid met “de dag van de HEERE”, ter waarschuwing voor het definitieve eindgericht. Eén ervan is de dag van de ballingschap, door Jesaja geschilderd als een alles vernietigende storm. Iedereen zal wegvluchten om Gods slaande hand te ontvluchten.
Laten ook wij zien hoe God ons leven oordeelt, over welke zaken Hij vertoornd raakt en wat Hem welgevallig is. Zodat we Hem dienen op een Hem welgevallige wijze, met ontzag en eerbied. Want onze God is een verterend vuur (Hebr. 12:28,29).
Welke rol speelt Gods oordeel in je geloofsleven?
Zingen: Ps. 32:4,5
