Het kerk-vergaderend werk van Christus is een zaak die ons allemaal aangaat. Niet alleen bij reformaties, vrijmakingen of toenaderingen. Het is niet alleen iets waar we steeds rekening mee moeten houden, maar vooral een zaak waar we ons als gelovigen voortdurend actief aan moeten geven.
Roeping en heiliging
Laten we dat allereerst op onszelf betrekken. We zijn als gelovigen door Christus geroepen. Niet als enkeling maar samen met de andere gelovigen hebben we een hemelse roeping (Rom.1:7, Kol. 3:15, Ef. 4:4 Hebr. 3:1 ). Die roeping houdt allereerst in dat God ons met zijn evangelie roept tot geloof en bekering. Tegelijk houdt die roeping in dat we ons als gelovigen laten vergaderen waar onze Heere Christus is en waar Hij verkondigd wordt. We laten ons dan als deelgenoten van de hemelse roeping door Christus vergaderen.
We komen als “heiligen”, afgezonderd van de wereld en toegewijd aan God, op de plaats waar Christus ons roept tot één lichaam (Kol. 3:5, Ef. 4:4). Hij Zelf zet ons door Zijn Geest daarvoor in beweging. Toch vraagt dit ook van ons zelf verantwoordelijkheid. We moeten ook gehoorzaam zijn en blijven aan Zijn roepstem.
We behoren ons ook te beijveren om de eenheid van de Geest door de band van de vrede te bewaren (Ef. 4:3). Dat vraagt nederigheid, zachtmoedigheid, liefde, geduld, verdraagzaamheid, betrokkenheid en voortdurende inzet binnen de gemeente.
Toetsing
We zullen allereerst de kerk waar we heengaan moeten toetsen aan Gods Woord: is dit de ware kerk van Christus? Onze Nederlandse Geloofsbelijdenis wijst in artikel 29 naar het adres van de kerk. Ze wijst op de kenmerken, met als korte samenvatting dat men zich richt naar het zuivere woord van God, alles wat daarmee in strijd is verwerpt, en Jezus Christus erkent als het enige Hoofd.
Toetsing aan deze kenmerken zal nodig blijven. We kennen de waarschuwing die Christus aan Zijn kerk laat uitgaan in de 7 brieven van Openbaring, gericht aan de nieuwtestamentische kerk van alle tijden en plaatsen. Bij afval van Gods Woord en ongehoorzaamheid aan haar Hoofd kan Christus de kandelaar weghalen of de kerk ernstig straffen (Openb. 2:5,16,23-25; 3:3,16). Bij volharding geeft Christus rijke beloften (2:7;11,17,26-28;3:4,5,12,20,21). Heel de kerk moet zich deze woorden van Christus aantrekken: “Wie oren heeft laat Hij horen wat de Geest tegen de gemeenten zegt”.
Het is dus geen vanzelfsprekendheid dat de kerk ware kerk blijft. Ook daar heeft een ieder een taak in (Hebr. 3:6,12-14;Jud. 20v) Het kerk-vergaderend werk van Christus vraagt dus ook binnen de gemeente onze voortdurende gehoorzaamheid aan Hem als ons Hoofd.
De katholieke kerk is de ware kerk
Het kerkvergaderend werk van Christus richt zich op een heilige, algemene (of katholieke), christelijke kerk. Deze kerk vergadert Hij Zich van het begin van de wereld tot het einde toe. Zijn kerkvergadering gaat elke dag nog steeds door en is pas klaar bij de jongste dag
Deze kerk van art. 27 NGB en zondag 21 HC, is exact gelijk aan de kerk van art. 29 NGB, de ware kerk. Die ware kerk, die te kennen is aan haar Schriftuurlijke kenmerken en haar ene Hoofd erkent, is dus niet gevestigd in, gebonden aan, of beperkt tot een bepaalde plaats.
Zij is ook niet gebonden aan bepaalde personen, maar zij is verbreid en verstrooid over heel de wereld. Wel is ze met hart en wil samengevoegd in een zelfde Geest, door de kracht van het geloof.
Dat is alles het vergaderend werk van Christus. Zijn kerk is niet altijd gemakkelijk zichtbaar. Met name niet als Christus slechts een klein aantal leden van Zijn kerk in verdrukking en vervolging stand doet houden bij de waarheid van het geloof (art. 27 NGB).
De katholiciteit van de kerk wijst dus niet op grote kerken, ook niet op vele kerken in een bepaald gebied, die al dan niet samenwerken. Het wijst op de ware kerk, die verbreid en verstrooid en soms heel klein en nauwelijks zichtbaar is.
Katholiek betekent letterlijk: overeenkomstig het geheel. Dat duidt erop dat de kerk verbonden is met heel de kerk van Christus, zowel met de kerk in andere tijden als met de kerk op andere plaatsen. In eenzelfde land zal die verbondenheid er zijn door een kerkverband, in het buitenland zo mogelijk door zusterkerkrelaties.
Katholiciteit duidt er daarnaast ook op dat de kerk de volle waarheid van Gods Woord vasthoudt.
Valse oecumene en pluriformiteit
De katholiciteit van de kerk staat echter tegenover valse oecumene, waarin kerken die de waarheid van Gods Woord niet vasthouden en verdedigen en dus niet voldoen aan de kernmerken van de ware kerk, elkaar ontmoeten en samenwerken.
De katholiciteit staat ook tegenover pluriformiteit, waarbij verschillende kerken elkaar als kerk beschouwen terwijl er geen eenheid is in het ware geloof op een wijze die art. 27 en 28 NGB ons wijzen als bevel van God.
Het kan bij deze pluriformiteit gaan om kerken die wel de waarheid vasthouden maar niet tot de door Christus vereiste eenheid willen komen. Het kan ook gaan om kerken die de waarheid niet ten volle vasthouden. In beide gevallen voldoen ze niet aan de katholiciteit van de kerk en zijn ze geen ware kerk.
De katholiciteit betekent wel dat de ware kerk gehoorzaam Christus moet volgen door andere gelovigen op te roepen om zich bij haar te voegen of om zich met haar te verenigen (art. 28 NGB). Als een andere ware kerk ons tot eenheid oproept, zullen ook wij aan deze oproep moeten voldoen.
Tegen deze achtergrond mogen we als geroepen heiligen het kerk-vergaderend-werk van Christus niet tegenwerken door op pluriforme wijze met andere kerken samen te werken zonder volle eenheid in de volle waarheid, dat is zonder ware katholiciteit.
Tegelijk zullen we juist intensieve contacten moeten leggen met allen die God naar waarheid willen dienen, alles verwerpen wat tegen deze waarheid ingaat en Christus als hun ene Hoofd willen erkennen. Het doel van deze contacten moet zijn om te komen tot de door Christus gewilde eenheid, en niet om daarop vooruit te lopen.
(wordt vervolgd)
