Erfgenamen van Gods Rijk – 6

We hebben het nu vooral gehad over dat ene deel van die veilige ruimte die nodig is om kinderen op te voeden in de HEERE, het gezin.  Maar er is, behalve de kerk,  nog een belangrijk deel. Het onderwijs. Kinderen en jongeren zitten zomaar een uur of zes per dag in de school- en opleidingssfeer. En vooral de periode op het basisonderwijs is erg belangrijk. Ook daarvoor geldt dat het fundamenteel is. Dat kinderen daar een sterke basis krijgen voor heel hun verdere leven. En als die basis niet goed is, niet in overeenstemming met wat de HEERE vraagt, dan wordt het gewoon moeilijker om straks, als adolescent en volwassene de juiste weg te vinden achter Christus aan. (Adolescentie is de periode tussen puberteit en volwassenheid, de periode waarin door jongeren vaak heel belangrijke beslissingen genomen worden voor de rest van hun leven. Denk aan het doen van belijdenis, een beroep kiezen, een levenspartner.)

Dan hebben we het dus over christelijk onderwijs, gereformeerd onderwijs. Is dat voor het grootste deel hetzelfde als algemeen christelijk en openbaar onderwijs, met daarbij extra aandacht voor kennis van de Bijbel en een hoeveelheid christelijke liederen?
Het is een vraag die altijd actueel is voor ouders en voor kerkleden. En zeker voor ons, in deze tijd, nu er bij ouders steeds meer vragen komen over het vrijgemaakt of reformatorisch onderwijs.

En nee, echt gereformeerd onderwijs is niet het zelfde met iets extra’s. Ook voor het onderwijs moet gelden wat we zeiden over het gezin: het onderwijs moet doortròkken zijn van het geloof.

Eenheid
We zijn gewend aan de vrijgemaakte scholen. Maar is het dan verantwoord om nog steeds gebruik te blijven maken van het vrijgemaakte onderwijs? Of om over te stappen naar reformatorisch onderwijs? Met daarnaast, omdat het op het terrein van bijbelkennis en kerkgeschiedenis toch niet zo gaat als wij wenselijk vinden, onze eigen bijbelscholen, een keer of tien per jaar? Is dat genoeg?
Opvoeden in de HEERE betekent dat die opvoeding een eenheid moet zijn. In de kerk, in het gezin en op school moet de opvoeding het zelfde zijn. Eén lijn.
Heel het leven van de mens moet gericht zijn op de dienst van de HEERE. Er is geen stukje van ons leven dat van die dienst is uitgezonderd. Mensen worden geplaatst in allerlei levensverbanden. In de kerk. In het gezin. Op het werk. Op school. In de maatschappij. In verenigingen. In de straat en de buurt. Maar voor al die levensverbanden geldt dat ze vallen onder de heerschappij van onze God. Heel dat leven is op die manier één. Eén in de HERE. Eén in Christus, Die dat leven voor de HERE weer heeft mogelijk gemaakt.

Dat geldt ook voor opvoeding en onderwijs.

Onze ouders en grootouders wisten dat. Vandaar dat er na de Vrijmaking van 1944 eigen gereformeerd onderwijs werd opgezet.  Die visie op de eenheid van kerk, gezin en school werd genoemd “triangelgedachte”.

Verbond
Het leven in het verbond is één. Ook de opvoeding is één. Opvoeden vindt plaats binnen het Verbond. Het Verbond dat de HEERE heeft gegeven.
Die eenheid van het leven, die eenheid ook in de opvoeding, wordt op grote schaal miskend. Het leven wordt opgedeeld in verschillende aparte terreinen. Die als het ware los van elkaar staan. Dat gebeurt ook steeds in de opvoeding. We hebben het gezin èn de kerk èn de school. En het noodzakelijk verband tussen die drie wordt vaak te weinig gezien. Ook onder ons is dat niet altijd helder.
Maar, we zeggen het nu wat scherp, een opvoeding die verknipt wordt, die verdeeld wordt in aparte gebiedjes, waarvoor telkens aparte en andere normen en waarden, andere regels gelden, dat gaat gemakkelijk fout. Dan is de kans dat dit geen stabiele, gelovige persoonlijkheden oplevert groot. Als de opvoeding zo plaatsvindt, in van elkaar gescheiden gebieden, dan is er veel minder kans, naar de mens gesproken, dat kinderen opgroeien tot kerkleden die in heel hun leven, in alle levensverbanden het beeld van hun Verbondsgod laten zien.
Want dan is dat uitgangspunt, dat het leven een eenheid is in de HEERE, in Christus, in de praktijk losgelaten.

Nee, dan is het behalen van het bijbelse opvoedingsdoel niet onmogelijk, zeker niet. Dat mogen we nooit zeggen. Onze God is almachtig. Hij kan onze kromme wegen in Zijn genade recht maken en naar het doel leiden. Maar het zal op z’n  minst veel meer inspanning en strijd kosten.

Thuis en school
We moeten goed beseffen dat onderwijs een heel groot deel van de opvoeding in beslag neemt. Kinderen zitten een groot aantal uren iedere dag en iedere week op school. En onderwijs is meer, we herhalen het nog eens, dan alleen feiten en methoden leren. Onderwijs is vorming. Op school worden kinderen gevormd. Voor de rest van hun leven.

Tegenwoordig heerst de mening dat een aanzienlijk deel van die opvoeding, van die vorming wordt ‘uitbesteed’.
Onze ouders en grootouders hadden ook daar een scherp oog voor. Nee, het hóórt niet zo te zijn dat een deel van de opvoeding wordt ‘uitbesteed’. Zo, dat ouders daar nog maar weinig of geen invloed op hebben. Maar Schriftuurlijk is dat ouders de opvoeding van hun kinderen bepalen. Dat is de roeping die de HEERE ze heeft opgelegd toen Hij Zijn kinderen aan hen toevertrouwde. Het blijft de roeping van de ouders. Het blijft het terrein van de doopbelofte en van het leven in het verbond.
Scholen moeten daarom  een hulpmiddel zijn voor de opvoeding van de ouders. Want alle onderwijs zelf doen, dat gaat ouders niet lukken. Daarvoor moet je samenwerken. Daarvoor vraag je broeders en zusters, kerkmensen, om je te helpen. Om sámen die roeping, het opvoeden in de HEERE, te realiseren.
Thuis en school: samen voor het ene doel. Samen voor de dienst aan de HERE. Sámen in gehoorzaamheid aan de HEERE.
Daarom zijn in het verleden de gereformeerde scholen opgericht.
De opvoeding is één. Thuis en school zijn één. Beide gedragen vanuit de kerk. De kring van het verbond. Dat is `de triangelgedachte`, die we eerder al noemden.

Praktijk
In de praktijk is die triangelgedachte sinds de jaren negentig  verbroken. Het vrijgemaakte onderwijs is afgeweken van het Woord van de HEERE. Net als de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt. Kerk en school: waar de één afdwaalt, volgt de ander. Dat heeft de kerkgeschiedenis ons genoeg laten zien. Dat betekent dat het vrijgemaakte onderwijs geen verbondsonderwijs meer genoemd kan worden. Op veel voorheen gereformeerde scholen zie je sterke evangelische tendensen, moderne Schriftkritische invloeden en een heel oecumenistische sfeer. En, niet onbelangrijk, zo’n twintig jaar geleden is ook de grondslag van het gereformeerd onderwijs aangepast. Was dat voorheen de binding aan Schrift en belijdenis, en was het uitgangspunt het Verbond, nu is die binding bewust afgeschaft en vervangen door een vage grondslag van de persoonlijke, levende relatie van leerkrachten met de HEERE. Typisch evangelisch, niet gereformeerd.

En wat het reformatorisch onderwijs betreft, ondanks het vasthouden aan de Bijbel dat we daar gelukkig nog heel veel zien, moeten we ook vaststellen dat reformatorisch niet hetzelfde is als gereformeerd. Beslist niet. De dwalingen van de Nadere Reformatie m.b.t. Verbond en belofte, de toe-eigening van het heil en de leer over de kerk hebben daar een grote invloed.

Dat betekent dat voor onze kinderen de eenheid in opvoeding niet meer te vinden is in het vrijgemaakte en het reformatorische onderwijs.

We moeten vaststellen dat het niet mogelijk is om de doopbelofte te realiseren zoals we dat op grond van onze roeping en onze beloften zo graag willen.
“Belijdt u, dat de leer van het Oude en Nieuwe Testament, die in de Apostolische Geloofsbelijdenis is samengevat en hier in de christelijke kerk geleerd wordt, de ware en volkomen leer van de verlossing is?
Belooft u, dat u dit kind (deze kinderen, een ieder het zijne), waarvan u de vader (en de moeder) bent, bij het opgroeien in deze leer naar vermogen zult onderwijzen en laten onderwijzen?” (Doopformulier).

Naar vermogen?
Gelukkig zien veel ouders dat. Ouders moeten weer veel meer zelf doen. Daarvoor zijn de bijbelscholen opgericht. Om aanvullend onderwijs te geven. Heel regelmatig. Tien of elf keer per jaar, een uur of twee.
En het is goed dat de bijbelscholen er zijn. Het is voluit trouw werk in dienst van de HEERE. Verbondswerk. Van harte dankten en danken we met heel de gemeente de HEERE voor Zijn genade, juist in de mogelijkheid om bijbelscholen te hebben.
Maar ……. Als we eerlijk zijn en goed kijken, als we letten op het geheel van de opvoeding en op dat deel van de opvoeding dat op school gebeurt, dan is het toch maar een klein beetje. Een heel klein beetje. Dat kunnen we toch gewoon met elkaar vaststellen? Met alle respect en dankbaarheid toch maar een klein beetje.
Is dat genoeg?
Kunnen we zo de doopbelofte nakomen?
Is dat naar vermogen?

Zoals eerder gezegd, zijn  kinderen buitengewoon gevoelig voor `sfeer`. Ook op school. Heel belangrijk voor hun vorming. Op school een niet-gereformeerde sfeer, in tegenstelling tot thuis en in de kerk en op de bijbelschool ….. Dat geeft een probleem.
Dat probleem kunnen we niet oplossen met alleen de bijbelscholen. Er moet ook heel veel thuis gedaan worden. Tegenover de vorming op school. En de vraag is: lukt dat? Eerlijk?

Gereformeerde scholen
De beste, de meest bijbelse oplossing in onze tijd zou zijn om opnieuw gereformeerde scholen op te richten. Om de triangelgedachte in ere te herstellen. Om weer te zorgen voor onderwijs dat zich gebonden weet aan Schrift en belijdenis. Met als uitgangspunt de opvoeding in het verbond.

Velen menen dat dit niet nodig is. ‘Onze school is nog wel redelijk goed’. Maar ‘nog’ is een verhullend woord voor ‘niet meer’! Het is niet meer goed maar ik wil er nog geen afstand van nemen.

We horen vaak als het gaat over de noodzaak van opnieuw gereformeerd onderwijs: ‘dat zie ik anders’. Maar het gaat niet om wat ‘ik’ vind, het gaat om wat de HEERE vraagt!

Anderen menen dat het niet mógelijk is. Te duur, de afstanden zijn te groot, een kleine school kan geen kwaliteit leveren …..

Zo’n zes jaar geleden begon een kleine groep ouders opnieuw een gereformeerde basisschool. In de omgeving van Assen. Ouders, geholpen door een grote groep kerkleden die ook hun verantwoordelijkheid zagen. In geloof. Zoals verwoord in die oude uitspraak van ds. Hendrik de Cock aan het begin van de Afscheiding: “ziende op het gebod en blind voor de toekomst.”

Dat schooltje begon met 9 leerlingen. Uit de wijde regio. Nu zijn het er vijfentwintig. Met inmiddels een eigen gebouw. Met een kwaliteit waarover de inspectie steeds positief rapporteert. Niet gesubsidieerd, met als waardevol gevolg dat de school volkomen vrij is om het onderwijs gereformeerd in te richten. En alle anti-christelijke invloeden buiten de deur te houden.

Dan kunnen we toch alleen maar dankbaar zijn voor de zegen van de HEERE? Dan kunnen we daarvoor de ogen toch niet sluiten?

Ja, dat kost wat.
Màg het wat kosten?
Hebben we samen al tot op het alleruiterste geofferd?
Ja, dat vraagt inspanning. Van ouders en kerkleden.
Màg het wat inspanning vragen? Van heel de gemeenschap der heiligen?

In verschillende regio’s in Nederland zijn voldoende kinderen voor een kleine ècht gereformeerde school. “Naar vermogen”, ….. wat is dat? Wat hebben ouders beloofd? Waarvan waren alle kerkleden getuige?

Opvoeding en onderwijs …… Kinderen van de HEERE laten opgroeien op de veilige weide van trouwe kerk, bijbels gezin en gereformeerde school.
Onze roeping.
Ter wille van het volgende geslacht van de kinderen van de HEERE in Nederland.

Pdf maken (via Printen)