LEZEN: 2 Kon. 4:1-17: … toen die kruiken vol waren … toen hield de olie op … u hebt heel veel zorg aan ons besteed … een zoon …
De volgende gebeurtenis betreft een weduwe die schulden heeft en niet meer in het levensonderhoud van haar en haar kinderen kan voorzien. Ze dreigt haar kinderen te moeten verkopen. Elisa geeft namens de HEERE uitkomst.
Hoe komt het dat deze weduwe er zo aan toe is met haar schulden? Is dat niet het gevolg van de verwereldlijking van Gods volk? Heel het volk heeft de plicht om voor de weduwe op te komen.
Bovendien gaat het om een weduwe van een ambtsdrager, een leerling-profeet. Kennelijk heeft hij zijn vrouw bij zijn overlijden niet veel kunnen nalaten en is haar toestand een teken van verwaarlozing van het onderhouden van ambtsdragers (vgl. art. 13 KO).
Het is een teken van geestelijk verval dat deze weduwe zo arm is, tegen de wil van de HEERE in. De weduwe brengt dat onder woorden door te zeggen: “u weet zelf dat uw dienaar de HEERE vreesde”.
Kennelijk heeft de HEERE haar willen beproeven of ze met haar moeiten naar Hem gaat. En dat doet zij door met haar vraag naar Elisa te gaan. Dat wordt nu door de HEERE gezegend.
In de tweede gebeurtenis blijkt juist dat Elia als profeet gastvrij wordt verzorgd, namelijk door de vrouw in Sunem. Dat is uitzonderlijk in een volk dat zo in verval is. In tweede instantie merkt de vrouw op dat ze hier met een man Gods te maken heeft (vs.9). Dat maakt dat ze hem nog meer terwille wil zijn. Na overleg met haar man geeft ze hem een kamer in hun huis, voorzien van al het nodige om te rusten en te werken. Ze bieden godvrezend hulp aan een dienaar van het Woord, waar ze zich niet voor schamen in een verwereldlijkte samenleving.
Elia wil graag zijn dank tonen aan deze ontroerende vorm van gemeenschap. Hij herkent in hen leden van de zevenduizend die hun knieën niet voor de Baäl buigen. Die twee hebben wel een ernstig gemis: ze hebben geen zoon. Ze kunnen zo niet mee bouwen aan de kerk. Maar een zoon krijgen betekent voor hen wel een godswonder.
Waarom laat de Heere het bij de arme weduwe zover komen?
Zingen: Ps. 146:3,5
