Gereformeerde leer
Toch kunnen we de stap van de afgescheiden gezinnen niet volgen.
Het is belangrijk om goed af te wegen wanneer we geroepen zijn tot afscheiding. Dat is niet wanneer we menen dat dingen verkeerd gaan, dat we geen goede antwoorden krijgen, dat men ons laat zitten. Er is meer van te zeggen. Breken met de kerk waar je lid van bent doe je alleen als volkomen vaststaat dat de kerk geen wettige kerk van Christus is. En dat betekent nogal wat. Er kan in de kerk afdwaling zijn en zondig handelen zonder dat de kerk haar status van ‘ware kerk’ verliest.
Calvijn, die de gereformeerde leer zo uitstekend heeft verwoord in zijn Institutie, legt uit dat niemand ‘zomaar’ de kerk mag verlaten. Ook niet als er in de kerk tal van gebreken zijn. Nee, alleen als volkomen duidelijk is dat de kenmerken van de kerk niet meer gevonden worden.
Als dat niet onomstotelijk het geval is, is uit de kerk weggaan ten diepste verloochening van God en Christus. [i]
“Als wij dit zeggen, betekent dit ook dat een kerk in geen geval afgewezen mag worden, zolang zij daaraan vasthoudt (vasthoudt aan de kenmerken van de kerk-TLB), zelfs indien zij in andere opzichten vol gebreken is. Het is zelfs mogelijk dat er in de leer of in de bediening van de sacramenten een gebrek insluipt, zonder dat dit ons van de gemeenschap met haar mag vervreemden. De hoofdzaken van de leer zijn immers niet allemaal van dezelfde orde”. [ii]
Tegelijk betekent dat niet dat we alles in de kerk maar voor lief moeten nemen:
“Het is overigens niet mijn bedoeling hier ook maar de allerkleinste dwalingen in bescherming te nemen, in die zin dat ik van mening zou zijn dat we ze maar moeten koesteren door ze goed te praten en door de vingers te zien. Nee, ik bedoel dat we niet zomaar om wat voor kleine verschillen ook de kerk mogen verlaten, zolang in haar maar de leer ongeschonden bewaard blijft waarop de zuivere vroomheid berust, en het gebruik van de sacramenten in acht genomen wordt zoals dat door de Heere is ingesteld.”[iii]
Jarenlang
Duidelijk mag dus zijn dat we niet te snel ons mogen afscheiden. Dan moet duidelijk aangetoond zijn dat de kerk als kerkgemeenschap willens en wetens zich afkeert van de kenmerken van de kerk. Daar is tijd voor nodig. Heel veel inspanning en waarschuwing en profeteren. Heel veel geduld. Naar het voorbeeld van Gods handelen met Zijn volk, zoals we lezen in de Schrift. Zo hebben we ook willen handelen in de jaren negentig, in de aanloop naar de Vrijmaking van 2003.
We citeren uit de ‘vrijmakingsbrochure’ enkele zinsneden.
“Daarom is er al vele jaren gewaarschuwd en geprofeteerd. In de kerkelijke weg via zeer, zeer vele bezwaarschriften m.b.t. de genoemde kerkelijke besluiten, aan kerkenraden en meerdere vergaderingen, en via revisieverzoeken aan synoden.
Er is jarenlang een veelheid aan appellerende artikelen verschenen in bladen als REFORMANDA en AANVULLING.
Niet alleen betreffende de synodebesluiten maar ook betreffende de kerkelijke ontwikkelingen op allerlei terrein. Er is onlangs nog een brochure verschenen van de LWVKO Om trouw te zijn. Meestal was er géén enkele reactie, slechts een doodzwijgen.
Soms was er een reactie met wegwuiven van de bezwaren. Een enkele keer was er op ondergeschikte punten erkenning van bezwaren. Maar van een wezenlijke bekering binnen de kerken is tot nu toe geen sprake geweest.” [iv]
Vele jaren …… al sinds 1985, toen een groot aantal broeders en zusters vergaderde in Zwolle, om te spreken over het besluit van het GPV om een lijstineenschuiving aan te gaan met het NEV. Een val voor de interkerkelijkheid. Een begin van brede afdwaling in de kerk.
Vele jaren ….. heel concreet vanaf 1993, toen op de GS te Ommen het vrouwenstemrecht werd ingesteld en een andere koers werd ingeslagen, waarbij een begin zichtbaar werd van een anders lezen van de Bijbel.
Waarschuwen en profeteren ….. Is dat tot nu toe genoeg gebeurd? Ook door de nu afgescheiden broeders en zusters? Zijn de mogelijkheden daartoe uitgeput?
We menen van niet. We kunnen tegen besluiten van de lopende synode in revisie gaan. We kunnen bij onze kerkenraden gegrond bezwaar maken als ze de genomen besluiten gaan ratificeren en effectueren (in praktijk gaan brengen). We kunnen publiceren en spreken.
Met geduld en onderricht
Dat is, zo menen we, onze Schriftuurlijke roeping. Spreken, schrijven, onderwijzen, vermanen, waarschuwen. Met volharding. In de brieven van de apostelen vinden we op veel plaatsen de vermaning en de oproep om te blijven getuigen en te weerleggen. Met geduld.
En dat kan nog. Ook in kerk en kerkverband.
“Laat het woord van Christus in rijke mate in wonen: onderwijs elkaar en wijs elkaar terecht in alle wijsheid …..” (Kolossenzen 3: 16a)
“Ik bezweer u, ten overstaan van God en de Heere Jezus Christus, Die levenden en doden zal oordelen bij Zijn verschijning en in Zijn Koninkrijk: predik het Woord. Volhard daarin, gelegen of ongelegen. Weerleg, bestraf, vermaan, en dat met alle geduld en onderricht.” (II Timotheüs 4: 1, 2)
“Spreek over deze dingen, bemoedig en wijs met alle gezag terecht. Laat niemand u verachten.” (Titus 2: 15)
“Zie erop toe, broeders, dat er nooit in iemand van u een verdorven hart zal zijn, vol ongeloof, om daardoor afvallig te worden van de levende God; maar vermaan elkaar elke dag, zolang men van een heden kan spreken, opdat niemand van u verhard zal worden door de verleiding van de zonde.” (Hebreeën 3: 12, 13)
Niet loslaten
Daar komt nog iets belangrijks bij. Er is nog heel veel te doen in de kerk. Veel leden zien niet de zorgen en moeiten die er zijn. Ze zien niet de ernst van de ontwikkelingen. Wie zich nu afscheidt laat die broeders en zusters los. dat is niet goed. We moeten elkaar nog blijven vasthouden. Er moert nog heel veel voorlichting gegeven worden. Zo lang dat mogelijk is. Die roeping kunnen en mogen we nog niet loslaten.
“Laten wij er dan beducht voor zijn dat iemand van u ooit schijnt achter te blijven, terwijl de belofte om in Zijn rust binnen te gaan nog van kracht is.” (Hebreeën 4: 1)
Nee
Om bovengenoemde redenen zijn we van mening dat we de oproep van de afgescheiden broeders en zuster niet kunnen volgen. Ze handelen daarin niet goed. Nee, we willen hen niet gemakkelijk afwijzen, zoals de preses van de lopende synode doet, die in de eeuwenlange gereformeerde uitleg en toepassing van art. 27, 28 en 29 NGB blijkbaar het gevaar ziet van doperse sektevorming. Wat ons betreft is dat te gemakkelijk. Nogmaals, we delen de moeiten en bezwaren van de afgescheidenen.
Maar we menen wel dat de Heere ons op dit moment niet roept tot afscheiding.
De afgescheiden gezinnen noemen zich ‘DGK voortgezet’. Daarmee uiten ze de pretentie, de aanspraak op het zijn van de wettige kerk van Christus in Nederland. Dat zit in dat woord ‘voortgezet’. Dat hebben we ook boven dit artikel gezet, met een vraagteken.
Voortgezet?
Nee.
Op dit moment niet.
(wordt vervolgd)
[i] Johannes Calvijn, uitgave dr. C.A. de Niet, 2005, boek IV-1, $ 10
[ii] Johannes Calvijn, uitgave dr. C.A. de Niet, 2005, boek IV-1, $ 12
[iii] Johannes Calvijn, uitgave dr. C.A. de Niet, 2005, boek IV-1, $ 12
[iv] LATEN WIJ ONS BEKEREN, De Gereformeerde Kerken na “Zuidhorn”, 2003; A.P. Bezemer, C. Bezemer, T.L. Bruinius, W. Dijkstra, S. de Marie
