LEZEN: Kol. 2:10-15: … u bent immers met Hem begraven in de doop, waarin u ook met Hem bent opgewekt … samen met Hem levend gemaakt door al uw overtredingen te vergeven .. het handschrift .. aan het kruis te nagelen .. overheden en machten ontwapend ..
De “overheden en de machten” in vs. 15 waren geesten die in de heersende dwaalleer een belangrijke rol speelden. Boze geesten die je aan het aardse wilden binden. Die geesten en dat aardse moest je zien te overwinnen door zelfpijniging en opleggen van beperkingen: vasten en andere rituelen.
Ook waren er goede geesten, engelen, die je moest vereren. Het waren allemaal wereldse denkbeelden en praktijken. De mens kan zich niet zelf van het kwade verlossen, en er is maar Eén die je mag vereren, dat is God in Christus.
Paulus wapent de gemeente tegen verkeerde verering en zelfverlossing. Er zijn wel boze geesten: satan en zijn volgelingen. Maar Christus staat volledig boven hen. Van Hem moet je alles verwachten (vs.10,15). Hij overwon satan aan het kruis en bij Zijn opstanding, wierp hem als aanklager uit de hemel (Openb. 12:9,10; Luk. 10:18) en zal hem eens voorgoed uitschakelen.
Aan het kruis wiste Hij het handschrift, het bewijsstuk van beschuldigingen tegen de gelovigen uit met de betaling van al hun zondeschuld (vs.14). Tegelijk werd hun eeuwig leven geschonken vanuit de dood in de overtredingen (vs.13).
Zo staat satan met lege handen: hij is ontwapend in zijn bestrijding van Christus en zijn volgelingen. Hij en zijn volgelingen worden door Christus openlijk te schande gemaakt.
Er is nog wel met hem te rekenen, want hij gaat nog rond als een brullende leeuw (1 Petr. 5:8,9), maar heeft al verloren. Daarom past ons geen angst voor geesten, maar een strijd in de kracht van Christus, waarvan de uitkomst, de eindoverwinning zeker is.
Paulus leert verder dat een lichamelijke besnijdenis, zoals ook vereist in de dwaalleer, overbodig is nu de gelovigen al geestelijk “besneden” zijn door Christus’ kruislijden en opstanding uit de dood (vs.11-13). Je slechte natuur is “weggesneden” (wat de doop laat zien als met Christus begraven zijn). En met Hem ben je opgestaan in een nieuw leven.
Hoef je nooit meer bang voor satan te zijn?
Zingen: Gez. 34:3
