In deze aflevering krijgen verschillende meningen en visies een plaats zonder hierop nog commentaar te geven behoudens het stellen van een enkele vraag. De eigen visie komt later aan bod.
Evangelische kring
Deze groepering of beweging is heel divers en wijdverspreid. Ze is komt voornamelijk voort uit de puriteinen en piëtisten aan het eind van de achttiende eeuw en kende in de begintijd een aantal opwekkingen zowel in Engeland als in Amerika.
Er is bij hen een sterke nadruk op de persoonlijke geloofsbeleving en een afkeer van confessies en binding aan een confessie. Een onbevangen, “letterlijk” lezen van de Bijbel wordt voorgestaan, waarbij teksten vaak geïsoleerd (los van andere) worden gelezen wat gemakkelijk tot brokken kan leiden.
De invloed van deze groepering of beweging reikt tot in kerkgenootschappen en heeft een rol gespeeld in de ontwikkelingen binnen de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt.
In evangelische kring is het zogenaamde dispensationalisme (leer van de bedelingen, Darby, Scofield) gangbaar. God heeft twee volken: Israël en de kerk. Israël heeft een aardse bestemming, de kerk een hemelse. Zo is dat nu nog te zien in het nieuwe testament. Er zijn in de loop van de tijd wel fases, perioden (dispensaties) te onderscheiden maar Israël en kerk blijven naast elkaar staan. Men ziet het aardse Kanaän niet als type van het hemelse Kanaän. Zo wil men ook de profetieën in het oude testament aangaande de kerk nog steeds betrekken op het aardse Israël.
Reformatorische kring
In reformatorische kring wordt m.b.t. de positie en toekomst van Israël vaak aangesloten bij gedachten, die leefden bij vertegenwoordigers van de Nadere Reformatie en puriteinen, ook wel oudvaders genoemd. Prof. Van Vlastuin (HHK) noemt in zijn boekje “Gods oogappel en wij” (RD uitgave in december 2023) enkele namen met hun gedachtengoed. Daarbij horen o.a. W. Teellinck (1579-1629), die spreekt over de wederopstanding der Joden; J. Koelman (1632-1695), die stelt dat bij de bekeerde Joden in de toekomst hun ijver en genade groter zullen zijn dan bij christenen uit de heidenen en W. à Brakel, die schrijft dat de staat van de kerk zozeer verlevendigd zal worden door de bekering van Israël dat de kerk als het ware van dood levend zal worden.
Ook Van der Groe (1705-1784) ziet een dergelijke ontwikkeling als een stimulans om nu meer te bidden voor de bekering van de Joden en verbindt deze ontwikkeling aan een duizendjarig rijk op aarde waarbij de duivel de volken niet meer zal verleiden (Openb. 20:1).
Verder noemt prof. Van Vlastuin nog de bevindelijke J.C. Philpot (1802-1869), C.H. Spurgeon (1834-1892) en W.C. Lamain (1904-1984), die zich een heerlijke periode op aarde voorstellen voorafgaand aan de Wederkomst.
Prof. van Vlastuin
Van Vlastuin begint zijn boekje door te spreken over de verkiezing van Israël. Hij ziet de tegenstand en verwerping van het door God verkoren Israël door de wereld als lijden om Christus’ wil, en als een zaak die ook nu nog speelt. Daaronder schaart hij niet alleen de verdrukking in Egypte maar ook de Babylonische ballingschap. Wat dit laatste betreft wordt er door hem geen element van Gods straf benoemt (vergelijk echter Deut. 32, Jer. 25:12 en vele andere profetieën). Vervolgens trekt prof. Van Vlastuin dit door naar holocaust en antisemitisme en de strijd rond het bestaan van de huidige staat Israël. Hij ziet deze vijandigheid als strijd tussen vrouwenzaad en slangenzaad.
Ook de huidige haat tegen Israël is volgens hem uiteindelijk haat tegen de God van Israël waarbij hij ook Zach. 12:2,3 betrekt. Zo komt hij tot de vraag: Als Israël wordt gehaat omdat God een relatie met dit volk heeft en omdat de Messias onlosmakelijk met dit volk is verbonden, zal het met Gods wereldwijde kerk dan anders zijn? Wel wijst Van Vlastuin op het falen van Israël tegenover de HEERE en hun vijandschap tegen het evangelie, maar hij interpreteert de massale haat niet als lijden wat het van Godswege ondergaat met een oproep tot bekering.
Hersteld Hervormde Kerk
De Commissie Israël van de Hersteld Hervormde Kerk heeft met inbreng van dr. P. de Vries en prof. dr. W. van Vlastuin o.a. de volgende stellingen gepubliceerd op de website https://www.hersteldhervormdekerk.nl/israel/visie):
Stelling 10
Het verbondsvolk Israël bestaat, evenals dat deel van de kerk dat uit de volkeren is, uit tweeërlei kinderen van het verbond. (Rom. 11:1-5, 1 Kor. 10:1-6)
Stelling 11
In het Nieuwe Testament valt de nadruk op het hemelse Kanaän en het Jeruzalem dat boven is dat eenmaal zal neerdalen op deze aarde. Voor deze bedeling houdt God volgens het nieuwtestamentisch getuigenis omwille van het verbond met Abraham de landbelofte in stand. De precieze invulling hiervan laat zich echter niet eenvoudig vaststellen. (Hand. 7:4-8, Gal. 3:15; 4:26, Hebr. 4; 11:9; 12:22; Openb. 21:2,10).
Stelling 12
De terugkeer van de Joden naar het land van de vaderen is een opmerkelijk gebeuren in de wereldgeschiedenis, waarbij wij ons moeten wachten voor een houding die geen enkel verband ziet met de vervulling van de beloften van God en voor een houding die de beloften van God zonder enige reserve vervuld zien. (Jer. 16:14-15; Rom. 4: 13; Ef. 2:12; Hebr. 4; 2 Petr. 3:9).
Uit deze stellingen is af te leiden dat de HHK Israël ook in de nieuwtestamentische tijd nog ziet als verbondsvolk naast de kerk. Ook zou voor dit Israël nog steeds de landbelofte (het aardse Kanaän) van kracht zijn.
Christelijke Gereformeerde Kerken
Het deputaatschap ‘Kerk en Israël’ van de Christelijke Gereformeerde Kerken houdt zich bezig met bezinning op (de ontmoeting met) Israël en het jodendom, informatie en toerusting van de kerken en het begeleiden van een werker in Israël. Onder de titel: “ Voorgoed verbonden” wordt hun visie weergegeven op de relatie tussen Kerk en Israël in tien punten (https://www.kerkenisrael.nl/voorgoed-verbonden/).
Ik citeer een paar punten:
- God blijft trouw aan Israël, het volk dat Hij als eerste gekozen heeft en liefheeft.
Dit punt wordt als volgt toegelicht:
In het Bijbelse woord verkiezing wordt de trouw van God aan zijn volk getypeerd als blijvend. Dat betekent dat de relatie van Gods kant een eeuwige relatie is. Tegelijkertijd vraagt Hij van Israël een antwoord, namelijk een leven van volkomen toewijding aan Hem. Het verbreken van dit verbond, dat uitloopt op de ballingschap, is een ernstige zaak. Toch heeft dit niet een blijvende verwerping van Israël door God tot gevolg. De profeet Jesaja brengt de terugkeer van Israël uit de ballingschap heel treffend onder woorden: ‘Ik heb u verkoren en u niet versmaad.’ Met andere woorden: God blijft trouw aan zijn volk.
- Omdat Jezus Christus, onze Heiland, via Israël tot ons is gekomen, bestaat er een levende en wezenlijke verbondenheid van de kerk met Israël.
- De levende en wezenlijke verbondenheid van de kerk met Israël vraagt erom samen te luisteren naar de Schriften. Zoals het Oude Testament niet volkomen kan worden begrepen zonder het Nieuwe, zo het Nieuwe niet zonder het Oude.
- Verzoening in Christus is een geschenk met persoonlijke maar ook met politieke perspectieven.
- Met Israël geloven wij dat God een nieuwe toekomst schept; als kerk geloven wij dat deze toekomst al begonnen is met de komst van Jezus de Messias en wij zien met verwachting uit naar het behoud van heel Israël.
Er zijn hierbij een aantal vragen te stellen.
Ad 1: Houdt de trouw van God in dat Hij heel Israël als Zijn volk blijft beschouwen? Of betreft het hier een gelovige rest? Bovendien: God is trouw in vloek en zegen.
Ad 4: Ook hier de vraag: gaat het om het huidige volk Israël of om een gelovige rest?
Ad 5: Is samen met onbekeerde Joden (wederzijds) luisteren naar de Schrift geen gevaarlijke onderneming? Iets anders is deze Joden het evangelie verkóndigen uit en met de Schrift.
Ad 9. De opmerking van CGK bij dit punt is: “In (de stichting van) de staat Israël denken wij voorzichtig iets te bespeuren van een bewijs van Gods trouw en een teken van hoop.”
Het is mij niet duidelijk waarop deze uitspraak gefundeerd is.
Ad 10. Wat is “geloof van Israël” bij hun ongeloof m.b.t. de Christus en Zijn evangelie? Hoe kan je dit op één lijn zetten?
(Wordt vervolgd)
