LEZEN: 2 Kon. 5:1-27 … dat er op de hele aarde geen God is dan in Israël … laat de HEERE uw dienaar in deze zaak toch vergeven …
Elisa mag in Israël waar het ongeloof de overhand heeft, de weg naar de HEERE wijzen. Zo wordt het volk steeds weer opgewekt om zich te bekeren. Maar de meerderheid bekeert zich niet en wil zich niet laten waarschuwen.
Daar reageert de HEERE op. Hij richt zich nu op de heidenen met voorbijgaan van Israëlieten, om de Joden tot jaloersheid te wekken. Dat gebeurt in de geschiedenis van Naäman.
Later wijst de Heere Jezus erop als Hij zijn volksgenoten in Nazareth toespreekt in Luk. 4:7: “Ook waren er veel melaatsen in Israël in de tijd van de profeet Elisa, en geen van hen werd gereinigd, maar wel Naäman de Syriër”.
De reactie in Nazareth getuigt niet van bekering, integendeel: “En allen in de synagoge werden met woede vervuld toen zij dit hoorden”. Zij gaan niet in geloof tot Jezus, maar willen wonderen zien.
Melaatsheid is in de Bijbel niet zomaar een ziekte. Het is een uiting van onreinheid en een straf van de HEERE vanwege zonden. Een melaatse staat buiten de genade van God; in Num. 12:12 wordt degene die deze ziekte heeft (in dit geval Mirjam) vergeleken met een doodgeborene.
Nu, de Israëlieten bij Elisa en bij Jezus willen in meerderheid niet geloven in de geneeskracht van de HEERE waarbij ze zichzelf en hun heil van Hem afhankelijk weten.
Naäman is bevelhebber van het Syrische leger, en melaats. De HEERE leidt het zo dat een klein meisje uit Israël in dienst is bij de vrouw van Naäman. Zij wijst op de profeet Elisa, die de ziekte kan wegnemen. Na overleg met de koning van Syrië krijgt Naäman toestemming. Hij gaat met een koninklijke brief en een geschenk eerst naar de koning van Israël die al helemaal geen zin heeft om hem naar Elisa door te sturen.
Toch komt Naäman uiteindelijk bij Elisa. Hij krijgt wel een heel eenvoudige opdracht om zich zevenmaal te wassen; dat zal hem toch niet kunnen genezen? Dat betekent een beproeving om geloof te tonen door deze opdracht uit te voeren. Op aandringen doet Naäman het. Hij toont geloof, dat ook blijkt uit de verontschuldiging van vers 18.
Betekent vers 19 goedkeuring van Elisa?
Zingen: Ps. 146:2,4
