Doorgaande reformatie – 5

We zijn bezig met de vraag: wat betekent de roeping tot doorgaande reformatie vandaag, voor ons? In dat kader stelden we vast dat doorgaande reformatie in de eerste plaats moet zijn terugkeer naar het Verbond. Maar er zijn meer fundamentele zaken die we in verband met de doorgaande reformatie moeten doordenken.

Wat is waar?
Je kunt ‘terug naar het Verbond’ ook formuleren als: terug naar de waarheid. Dé waarheid, dat is het geopenbaarde Woord van God. Maar over de vraag naar de waarheid (we hopen dat u niet afhaakt, het kan een beetje filosofisch overkomen, maar we gaan er kort en snel doorheen) is de eeuwen door heel verschillend gedacht. In de kerk was het duidelijk: als we het hebben over dé waarheid, over de vraag ‘wat is waar’ in geloofszaken, in de kerk, in het christelijk leven, dan komt die waarheid van de HEERE.

Maar dat werd lang niet algemeen geaccepteerd. Er waren bijvoorbeeld in de Bijbelse tijd Griekse wijsgeren die beweerden: waar is wat ik zelf kan zien en voelen. Ja, en dan wordt het voor godsdienstige zaken direct al heel moeilijk.

Vanaf de zeventiende eeuw komt het zogenaamde modernisme op. Die stroming hecht ook geen of weinig waarde aan de openbaring. Waar is wat ik kan beredeneren. Wat ik met mijn verstand kan verklaren en in elkaar kan passen. Het verstand, het redelijk denken, het wetenschappelijk onderzoek wordt normatief. Het geldt voor het hele leven en voor heel de mensheid. De rede, het logisch menselijk denken, wordt de norm, een soort hogere autoriteit, i.p.v. de openbaring. I.p.v. het geopenbaarde Woord van God.

In onze eigen tijd is heel sterk geworden het zogenaamde pòstmodernisme. Een soort reactie op het modernisme. In het postmodernisme wordt gesteld dat er eigenlijk helemaal geen echte waarheid is.  Geen algemeen aanvaarde zekerheid. Waarheid is subjectief. Wat waarheid is, heeft alles te maken met gevoel, met onderbewustzijn, met ervaringen, met eigen onafhankelijk inzicht. We zien in het postmodernisme de sterke invloed van het individualisme waarin het draait om het eigen ‘ik’.

In feite zegt het postmodernisme dan ook: waar is wat ìk waar vind. Wat ik als waar erváár. Wat ik als waar vóel. Het betekent dat ieder mens zijn eigen waarheid kan hebben. (Denk maar eens aan de hele genderdiscussie).

Gelijkwaardig
En al die persoonlijke waarheden zijn gelijkwaardig. Je mag mijn waarheid niet afkeuren. Want dan raak je mij in mijn persoon, in wie ìk ben, in mijn identiteit. Eén van de gevolgen van het postmodernisme is dat zaken, meningen, overtuigingen niet meer worden onderscheiden van de personen. Bestrijd je een zaak dan wordt dat voor de postmoderne mens al heel snel persoonlijk. Persoon en zaak worden één. Ja, en dan wordt het moeilijk spreken en discussiëren. Zeker als er geen autoriteit is die een knoop kan doorhakken. Het Woord van God. Of zelfs in het modernisme bijvoorbeeld wetenschappelijk onderzoek. Dus kun je niet zeggen: jouw mening is verkeerd. Dat vind jij, maar ik vind iets anders, en daar moet je afblijven. Anders beschadig je mij.

Verbinding
Maar we moeten als mensen nog wel een beetje samenleven. We hebben elkaar nog wel nodig. Daarom zoeken we verbinding met elkaar. Dat klinkt heel goed en heel aantrekkelijk. Wie wil nu niet streven naar verbinding? Wie wil geen goede band met de ander? Maar dat woord ‘verbinding’ heeft een heel specifieke lading gekregen. We gaan namelijk op zoek naar een omgang waarbij we elkaars persoonlijke waarheden niet aantasten. Hoe kunnen we elkaar hier vinden zonder elkaars mening schade te doen? Hoe kunnen we dit conflict beslechten als we geen hógere waarheid erkennen?

Dan laten we elkaar zoveel mogelijk vrij; zolang we maar geen last van elkaar hebben. Dan zoeken we naar vage compromissen. Dan erkennen we ook ons eigen ongelijk niet. Dat hoeft ook niet. Dan vijlen we alle scherpe kantjes van onze contacten af. En als het echt niet anders kan, ja, dan moeten we maar kijken, als het gaat om een groep, welk idee de meeste stemmen krijgt. Of we spreken niets uit en laten de zaak zoals die is.

Gods gezag weg
Mensen die beïnvloed zijn door het postmodernisme laten zich niet aanspreken. Het Bijbelse ‘zo zegt de HEERE’ speelt geen rol meer. Nee, we gaan onze meningen aan elkaar voorleggen en we kiezen een redelijk compromis dat door zoveel mogelijk anderen gedeeld kan worden. We laten de echte vragen liggen en gaan voor een vriendelijk en individueel samenleven. Dat noemen we dan ‘vrede’.

Gods gezag verdwijnt. En waar modernisme en postmodernisme samen op gaan, en dat is in onze tijd zo, daar komt i.p.v. de HEERE ten diepste de autonome mens naar voren, die alleen boodschap heeft aan zichzelf. Niet de HEERE regeert maar ik zelf.  

Consensus
Wat heeft dat nu te maken met doorgaande reformatie?
Dat is de vraag of en in hoever het postmodernisme ook ons, gelovige kerkmensen beïnvloedt. Erkennen wij wèl het volkomen gezag van Gods geopenbaarde Woord? Vragen wij in onze gesprekken, overleggen en besluiten steeds onszelf af of we misschien bezig zijn met eigen meningen? En zoeken we volhardend de consensus[i], dat is de overeenstemming bij het licht van Gods Woord? Is Gods Woord doorslaggevend bij onze overleggen? Zoeken we op die manier de vrede? Zijn we bereid om in alle belangrijke discussies samen steeds op zoek te gaan naar de vraag: wat zegt Gods Woord hierover? En hoe we dat naspreken in de belijdenis? Hoe onze voorgangers dat hebben gezien in de historie van de kerk?

Zijn we bereid om eigen gelijk, samen met de ander, te toetsen en te onderwerpen aan Gods Woord? Zijn we ook bereid om elkaar met Bijbels gezag aan te spreken? En te láten aanspreken? Zijn we bereid om ons eigen ‘ik’ los te laten?

Of laten we heel gemakkelijk de Bijbel dicht? Zoeken we niet de consensus maar het ‘gelijk’ van de helft plus één? Of het gelijk van de persoon met het grootste overwicht?

Verbonden in Christus
In de kerk hoeven we geen verbinding te zóeken. Niet in postmoderne zin. We zíjn al met elkaar verbonden. In Christus. Door het geloof. Samen zijn we van Hem. Christus riep ons en schonk ons al Gods beloften en bracht ons in gehoorzaamheid bij elkaar. En als we ons zo verbonden weten, dan spelen modernisme en postmodernisme in de kerk geen rol.

Dan erkennen we in alles samen de ene autoriteit, de volledige zeggenschap van onze God. Dan vragen we voortdurend naar Zijn wil. Dan is onze Bijbel een open Bijbel. Dan zijn we van harte bereid om van onszelf af te zien. Dan durven we elkaar aan te spreken en te vermanen vanúit Gods geopenbaarde wil. Dat is ook heel gewoon gemeenschap der heiligen.

Is het belangrijk om het daar nu over te hebben?
Ja, we menen van wel. We zijn zondige en buitengewoon zwakke mensen. We worden beïnvloed door de geest van de tijd. En het gevaar is dat we niet meer voldoende onderscheiden waar het om gaat. Het gevaar is dat we in allerlei zaken gaan argumenteren vanuit ons eigen gelijk, en vergeten de Bijbelse consensus te zoeken. Het gevaar is dat we de verbinding in Christus minder of niet meer ervaren, en niet meer vertonen. Met alle gevolgen voor geloofsleven en kerkelijk leven. Onvrede. Vervreemding.

Alweer even geleden, in 1980, verscheen er van de hand van prof. J. Kamphuis een boekje, over consensus m.b.t. de leer van de kerk. Het had de titel “In dienst van de vrede”![ii] Veelzeggend.

Doorgaande reformatie: loslaten van eigen inzicht, en van eigen gemak, Bijbel en belijdenis open, samen studeren naar de betekenis van Gods geopenbaarde wil.

                                                                                                                (wordt vervolgd)


[i] Zie ook “Kerk en polder” en “Kerk en polder – vervolg”, De Bazuin, jrg. 10, nr. 2 en 6, 2016
[ii] J. Kamphuis, ”In dienst van de vrede”, De Vuurbaak, Groningen, 1980

Pdf maken (via Printen)